DE WEDERKOMST

DE WEDERKOMST

Lezing  Stichting Nederlands Israël

28 mei 2011

Inleiding

Als we spreken over de ‘wederkomst´ moeten we eerst kijken naar de eerste komst. Waarvoor kwam Hij en waarom moet Hij opnieuw komen? Was die eerste komst niet voldoende? Wat moest Hij doen? Belangrijk daarbij is de vraag: ‘Wie was Hij?’

Waarvoor kwam Jezus? 

Meestal gaat men hierbij uit van de uitspraak van Johannes de Doper: “De volgende dag zag Johannes Jezus naar zich toe komen en hij zei: Zie het Lam van God, dat de zonde van de wereld wegneemt!” (Johannes 1:29 HSV). Daarbij wordt dan voor het  woord ‘wereld’ aangenomen dat het de hele aardbol met alle mensen bedoeld wordt. Verschillende vertalingen geven dit aan, maar als we naar het begin van Lucas 2 kijken, blijkt dat met de ‘wereld’ en Romeinse rijk bedoeld werd.

Slechts zelden wordt de aankondiging van Jezus geboorte aan Jozef en Maria gebruikt om aan te tonen waarvoor Jezus kwam. Wat Johannes de Doper later zegt is daarvan geen uitbreiding, maar gewoon een bevestiging.

Wat zegt de engel van God tegen Jozef als deze merkt dat zijn verloofde zwanger is?:“Terwijl hij deze dingen overwoog, zie, een engel van de Heere verscheen hem in een droom en zei: Jozef, zoon van David, wees niet bevreesd Maria, uw vrouw, bij u te nemen, want wat in haar ontvangen is, is uit de Heilige Geest; en zij zal een Zoon baren, en u zult Hem de naam Jezus geven, want Hij zal Zijn volk zalig maken van hun zonden.” (Mattheüs 1:20-21 HSV). Zalig maken is redden of verlossen. Het woord ‘wereld’ dat Johannes de Doper gebruikt moeten we hiermee verklaren, het is Zijn wereld, Zijn volk.

Hij zal Zijn volk verlossen van hun zonden. Zijn volk is Israël, Wie is Hij dan?

In Exodus wordt Israël telkens weer Gods volk genoemd, het volk van JHWH en dat gaat zo de hele Bijbel door tot en met het Boek Openbaring.

Hier  slechts één tekst uit 1 Samuel 9 over de roeping van Saul tot koning.

“Morgen omstreeks deze tijd zal Ik een man uit het land van Benjamin naar u toe zenden; die moet u tot vorst zalven over Mijn volk Israël. Hij zal Mijn volk verlossen uit de hand van de Filistijnen, want Ik heb naar Mijn volk omgezien, omdat hun geschreeuw om hulp tot Mij gekomen is. Toen Samuel Saul zag, gaf de HEERE hem te kennen: Zie, dit is de man van wie Ik u gezegd heb: Deze zal over Mijn volk heersen.” (1 Samuël 9:16-17 HSV)

Wanneer u via een concordantie alle teksten opzoekt, waarin JHWH spreekt over Israël als Mijn Volk, bent u lang bezig en na afloop overtuigd dat Israël het volk van JHWH is en dat Hij de Verlosser van Zijn volk is.

In dat licht moeten wij de boodschap van de engel aan Jozef bekijken. Hij, Jezus, zal Zijn Volk verlossen van hun zonden. JHWH zal Zijn volk verlossen en Jezus zal Zijn Volk verlossen.

Wie was Hij?

Als wij de Bijbel aanvaarden als het woord van God, en dat doen wij, is de conclusie dat Jezus en JHWH een en dezelfde zijn.

Jezus zegt dat ook zelf trouwens: “Ik en de Vader zijn één.” (Johannes 10:30 HSV)

Er zijn Bijbelonderzoekers die deze eenheid niet aanvaarden. Dan is het Nieuwe Testament een grote leugen. We kunnen daar nu niet verder op ingaan.

Wat de engel zei tegen Jozef: “Hij zal Zijn volk verlossen van hun zonden”, slaat op de eerste komst, Zijn dood vernietigde de scheidbrief en opende de weg tot herstel.

Het gaat nu echter over de wederkomst!

Tegen Maria zegt de engel heel wat anders:

“En de engel zei tegen haar: Wees niet bevreesd, Maria, want u hebt genade gevonden bij God. En zie, u zult zwanger worden en een Zoon baren en u zult Hem de naam Jezus geven. Hij zal groot zijn en de Zoon van de Allerhoogste genoemd worden, en God, de Heere, zal Hem de troon van Zijn vader David geven, en Hij zal over het huis van Jakob Koning zijn tot in eeuwigheid en aan Zijn Koninkrijk zal geen einde komen.” (Lukas 1:30-33 HSV)

Waarom moet Hij weerkomen?

Als we de evangeliën lezen komen we bijna niets van de vervulling van de voorzeggingen aan Maria tegen.

Hij kreeg de naam Jezus.

Hij werd de Zoon van God genoemd, maar noemde Zichzelf Zoon des mensen, zelfs toen de hogepriester Hem bezwoer te zeggen dat Hij de Zoon van God was.

“Maar Jezus zweeg. En de hogepriester antwoordde Hem: Ik bezweer U bij de levende God, dat U ons zegt of U de Christus bent, de Zoon van God. Jezus zei tegen hem: U hebt het gezegd. Maar Ik zeg u: Van nu aan zult u de Zoon des mensen zien zitten aan de rechter hand van de kracht van God en zien komen op de wolken van de hemel”. (Mattheüs 26:63-64 HSV)

Van de rest van de woorden van de engel Gabriël is niets tot stand gekomen tijdens zijn eerste komst. Hij kreeg niet de troon van zijn vader David, Hij werd geen koning over het huis van Jakob (dat is het twaalfstammige Israël!) en Zijn Koninkrijk of Koningschap had zelfs nog niet een begin.

De engel Gabriël is niet zomaar een engel, maar een heel belangrijke. We lezen over hem bij Daniël en de aankondigingen van de geboorte van Johannes de Doper en de Here Jezus.

JHWH en de mens

In Genesis 1 lezen we over God, Elohim, in Genesis 2 lezen voor het eerst van HERE, JHWH, en dan staat er niet dat Elohim de mens schiep, maar dat JHWH de mens vormde uit het stof van de aardbodem en de levensadem in zijn neusgaten blies :

“toen vormde de HEERE God de mens uit het stof van de aardbodem en blies de levensadem in zijn neusgaten; zo werd de mens tot een levend wezen.” (Genesis 2:7)

Daar is het directe contact tussen JHWH en de mens. Dat blijkt ook wanneer Eva door Nachash verleid is en Adam met haar meegaat in de ongehoorzaamheid.

“En zij hoorden de stem van de HEERE God, Die in de hof wandelde, bij de wind in de namiddag. Toen verborgen Adam en zijn vrouw zich voor het aangezicht van de HEERE God te midden van de bomen in de hof.” (Genesis 3:8 HSV)

“Van hen, de ongelovigen, geldt dat de god van deze eeuw hun gedachten heeft verblind, opdat de verlichting met het Evangelie van de heerlijkheid van Christus, Die het beeld van God is, hen niet zou bestralen.” (2 Corinthiërs 4:4 HSV)

JHWH wandelde in de hof, Adam en Eva hoorden Zijn stem en wisten – uit ervaring – dat Hij het was. Hij verscheen in menselijke gedaante. Zij waren naar Zijn beeld geschapen en Zijn beeld was dus een menselijke gestalte! Zo kenden zij Hem en zo sprak Hij met hen.

Zo vinden we Hem ook in contact met Abraham.

“Daarna verscheen de HEERE aan hem bij de eiken van Mamre, toen hij in de ingang van de tent zat en de dag heet werd. Hij sloeg zijn ogen op, en keek, en zie, er stonden drie mannen voor hem. Toen hij hen zag, liep hij hun snel uit de ingang van de tent tegemoet en boog zich ter aarde.” (Genesis 18:1-2 HSV)

Zo sprak Hij met Mozes: “De HEERE sprak tot Mozes van aangezicht tot aangezicht, zoals een man met zijn vriend spreekt”. (Exodus 33:11a HSV)

JHWH toonde zich als mens aan wie Hij wilde. Hij had de mens geschapen, gevormd, naar Zijn beeld en dat beeld was er dus eerst. Zo wilde Hij zich laten zien in de schepping, aan Zijn kinderen, aan Zijn volk. Bij de profeten lezen we soms van Hem als het woord van JHWH, zo verscheen Hij aan hen. Ook wordt Hij dan wel de Engel van JHWH genoemd, maar in dat geval kan het ook een gewone hemelse boodschapper zijn, die in mensengedaante verschijnt.

Om Zijn volk Israël te kunnen verlossen moest Hij echt mens zijn en werd Hij als mens geboren met de naam Jezus, JHWH REDT.

Wat zegt Daniël?

“In het eerste jaar van Belsazar, de koning van Babel, had Daniël op zijn bed een droom en kreeg hij visioenen voor ogen. Toen schreef hij de droom op. De kern van de zaken omschreef hij als volgt: Daniël nam het woord en zei: ‘s Nachts in mijn visioen keek ik toe, en zie, de vier winden van de hemel zweepten de grote zee op, en vier grote dieren stegen op uit de zee, die van elkaar verschilden. Het eerste was als een leeuw, met vleugels van een arend. Ik keek toe totdat zijn vleugels uitgerukt werden. Het werd van de aarde opgeheven, het werd als een mens op zijn voeten gezet en het werd een mensenhart gegeven. En zie, een ander dier, het tweede, leek op een beer. Het richtte zich op naar één kant. Het had drie ribben in zijn muil, tussen zijn tanden. Men zei het volgende tegen het dier: Sta op, eet veel vlees. Daarna keek ik, en zie, er was nog een ander dier, als een luipaard. Het had vier vogelvleugels op zijn rug en het dier had vier koppen. En het werd heerschappij gegeven. Daarna keek ik toe in de nachtvisioenen, en zie, het vierde dier was schrikwekkend, gruwelijk, en uitzonderlijk sterk. Het had grote ijzeren tanden. Het at en verbrijzelde, en de rest vertrapte het met zijn poten. Het verschilde van al de dieren die er vóór geweest waren. En het had tien horens. Terwijl ik op de horens bleef letten, zie, een andere, kleine, horen rees daartussen op. Drie van de eerdere horens werden voor hem uitgerukt. En zie, in die horen waren ogen als mensenogen en een mond vol grootspraak.

Ik keek toe totdat er tronen werden geplaatst, en de Oude van dagen Zich neerzette. Zijn gewaad was wit als de sneeuw en het haar van Zijn hoofd als zuivere wol. Zijn troon waren vuurvlammen en de wielen ervan waren laaiend vuur. Een rivier van vuur stroomde en ging voor Zijn aangezicht uit. Duizendmaal duizenden dienden Hem en tienduizend maal tienduizenden stonden voor Zijn aangezicht.

Het gerechtshof hield zitting en de boeken werden geopend. Toen keek ik, vanwege het geluid van de grote woorden die de horen sprak. Ik keek toe totdat het dier gedood werd en zijn lichaam vernietigd werd, en aan het laaiend vuur werd prijsgegeven. Ook de rest van de dieren ontnam men hun heerschappij, want verlenging van het leven was hun gegeven tot een bepaald tijdstip en een bepaalde tijd.

Ik keek toe in de nachtvisioenen, en zie, er kwam met de wolken van de hemel Iemand als een Mensenzoon. Hij kwam tot de Oude van dagen en men deed Hem voor Zijn aangezicht naderbij komen. Hem werd gegeven heerschappij, eer en koningschap, en alle volken, natiën en talen moesten Hem vereren. Zijn heerschappij is een eeuwige heerschappij, die Hem niet ontnomen zal worden, en Zijn koningschap zal niet te gronde gaan.

Ik, Daniël, was tot in het diepst van mijn geest geraakt, en de visioenen die mij voor ogen kwamen, verschrikten mij. Ik kwam in de nabijheid van een van hen die daar stonden, en vroeg hem naar de juiste betekenis van dit alles. Hij vertelde die mij en liet mij de uitleg van deze zaken weten: Die grote dieren, die vier in getal zijn, zijn vier koningen, die uit de aarde zullen opstaan. De heiligen van de Allerhoogste zullen echter het koningschap ontvangen. Zij zullen het koningschap in bezit nemen tot in eeuwigheid, ja, tot in der eeuwen eeuwigheid. Toen wilde ik de ware betekenis weten van het vierde dier, dat verschilde van al de andere -uitzonderlijk schrikwekkend, zijn tanden waren van ijzer, zijn klauwen van brons, het at, verbrijzelde en de rest vertrapte het met zijn poten-  en van de tien horens die op zijn kop zaten en van die andere, die oprees en waarvoor er drie afgevallen waren, namelijk die horen die ogen had en een mond vol grootspraak en waarvan de verschijning groter was dan die van zijn metgezellen. Ik had namelijk toegekeken en gezien dat die horen oorlog voerde tegen de heiligen en dat hij hen overwon, totdat de Oude van dagen kwam, de heiligen van de Allerhoogste recht verschaft werd en het tijdstip was bereikt dat de heiligen het koningschap in bezit namen. Hij zei het volgende: Het vierde dier zal het vierde koninkrijk op aarde zijn, dat verschillen zal van al de andere koninkrijken. Het zal heel de aarde verslinden, het zal haar vertrappen en haar verbrijzelen. En de tien horens duiden aan dat uit dat koninkrijk tien koningen zullen opstaan, en na hen zal een ander opstaan. Die zal verschillen van die er eerder geweest waren. Drie koningen zal hij vernederen. Woorden tegen de Allerhoogste zal hij spreken, de heiligen van de Allerhoogste zal hij te gronde richten. Hij zal erop uit zijn  bepaalde tijden en de wet te veranderen, en zij zullen in zijn hand worden overgegeven voor een tijd, tijden en een halve tijd. Daarna zal het gerechtshof zitting houden: men zal hem zijn heerschappij ontnemen, hem verdelgen en volledig vernietigen. Maar het koningschap en de heerschappij en de grootheid van de koninkrijken onder heel de hemel zullen gegeven worden aan het volk van de heiligen van de Allerhoogste. Zijn koninkrijk zal een eeuwig koninkrijk zijn, en alles wat heerschappij heeft, zal Hem eren en gehoorzamen. Hier is het einde van deze woorden. Wat mij, Daniël, betreft -mijn gedachten verschrikten mij zeer, en mijn gelaatskleur veranderde. Deze woorden bewaarde ik echter in mijn hart.” (Daniël 7:1-28)

Daniël 7 is een heel belangrijk hoofdstuk. Meestal worden de vier dieren, die Daniël te zien krijgt gelijkgesteld met de vier rijken die Nebukadnezar zag in zijn droom over het beeld en zo is het inderdaad wel te verklaren.

Die historisch juiste opvatting loopt echter vast in de tijd waarin wij leven. Alles is al gebeurd, dus, wat komt er nu?

Staat de vervulling van de profetie nu stil?

Tussen de terugkeer van een deel van Juda na de Babylonische ballingschap naar het beloofde land en de komst van de Messias was er een periode waarin bijna geen profeten optraden. Een stille tijd op profetisch gebied. Beleven we dat nu weer?

Als we letten op de vele veranderingen op technisch, economisch, godsdienstig en politiek gebied van de laatste tientallen jaren, zien we dat er meer gebeurd is dan de eeuwen daarvoor.

Wat tot nog niet zo lang geleden vooral regionaal van belang was en zich wereldwijd concentreerde rondom de Westerse volken, die wij zien als de Israël volken, is nu veel meer globaal, wereldwijd, waarbij verscheidene andere landen een steeds grotere rol gaan spelen.

Denk aan China en India, maar ook in het nabije Oosten zijn volken tot grotere invloed gekomen. De Islam is geweldig in opkomst en het christelijk geloof in de westerse landen lijkt voortdurend minder te worden.

Daniël. die heel goed op de hoogte was van de betekenis van het beeld dat Nebukadnezar in zijn droom had gezien, is zwaar onder de indruk van wat hij in zijn visioen heeft gezien. Dat had niet alleen betrekking op de vier rijken van het beeld van Nebukadnezar, maar reikt verder tot de eindtijd en heeft dan meer te maken met Israël en de wederkomst.

Vier punten zijn hier in verband met ons onderwerp van belang:

1        de Oude van Dagen

2        Iemand als een mensenzoon

3        De heiligen van de Allerhoogste

4        Het volk van de heiligen van de Allerhoogste

Die vier staan in verband met het Koningschap en het komende Koninkrijk van God.

We beginnen met de Oude van Dagen. Als er een verklaring gegeven wordt, is dat meestal God zelf. God is echter geen oude van dagen, maar de Eeuwige, die zich aan de mens en speciaal aan Israël openbaart als JHWH. Hij is de eeuwige Koning. Hij verklaart aan Samuel, als het volk vraagt om een koning zoals de andere volken hebben:

“Toen zij zeiden: Geef ons een koning om ons leiding te geven, was dit woord kwalijk in de ogen van Samuel. En Samuel bad tot de HEERE. Maar de HEERE zei tegen Samuel: Geef gehoor aan de stem van het volk in alles wat zij tegen u zeggen; want zij hebben ú niet verworpen, maar Míj hebben zij verworpen, dat Ik geen Koning over hen zou zijn. Overeenkomstig alles wat zij Mij aangedaan hebben, vanaf de dag dat Ik hen uit Egypte geleid heb tot deze dag toe, door Mij te verlaten en andere goden te dienen, doen zij nu ook u aan. Welnu, luister naar hun stem, maar waarschuw hen nadrukkelijk en maak hun de handelwijze bekend van de koning die over hen zal regeren.” (1 Samuël 8:6-9)

JHWH verscheen in mensengedaante aan de mens en sprak zo met Adam en Eva, Abraham, Mozes en de profeten.  Hij bleef daarbij God, al was zijn heerlijkheid niet zichtbaar

In Jezus verscheen hij als echt mens, zonder zijn Goddelijkheid. Als de mens Jezus werd Hij de Zoon van God genoemd door anderen. Hij noemde zichzelf de zoon van de mens, daar vestigde Hij sterk de aandacht op, dus daar moeten wij ook op letten en rekening mee houden.

JHWH God kan niet oud worden, maar JHWH Jezus, de mens, wel. In Openbaring zien we ook telkens een combinatie van de twee. In het eerste hoofdstuk van Openbaring kunnen we reeds zien dat de Oude van Dagen Jezus is.

“En ik keerde mij om, om de stem te zien die met mij had gesproken. En toen ik mij had omgekeerd, zag ik zeven gouden kandelaren. En te midden van de zeven kandelaren zag ik Iemand Die op de Zoon des mensen leek, gekleed in een gewaad tot op de voeten, en op de borst omgord met een gouden gordel; en Zijn hoofd en haar waren wit, als witte wol, als sneeuw, en Zijn ogen waren als een vuurvlam, en Zijn voeten waren als blinkend koper, gloeiend gemaakt in een oven, en Zijn stem klonk als het geluid van vele wateren. En Hij had zeven sterren in Zijn rechterhand en uit Zijn mond kwam een tweesnijdend scherp zwaard; en Zijn gezicht was zoals de zon schijnt in haar kracht. En toen ik Hem zag, viel ik als dood aan Zijn voeten, en Hij legde Zijn rechterhand op mij en zei tegen mij: Wees niet bevreesd, Ik ben de Eerste en de Laatste, en de Levende, en Ik ben dood geweest en zie, Ik ben levend tot in alle eeuwigheid. Amen.” (Openb. 1:12-18)

Hier is duidelijk te zien dat Jezus en de Oude van Dagen een en dezelfde Persoon zijn (zie pag.4)

Wie is dan de tweede persoon, iemand als een mensenzoon?

Het is heel goed te begrijpen, dat men bij de interpretatie van Daniël 7 is uitgegaan van  ‘Iemand als een mensenzoon’ van Jezus, en dus een andere verklaring heeft gegeven van de ‘Oude van Dagen’.

Er zijn verschillende teksten die ons op weg kunnen helpen.

“Dit zijn de woorden die de HEERE gesproken heeft tot Israël en tot Juda. Want zo zegt de HEERE: Een schrikwekkende stem hebben wij gehoord, angst is er, geen vrede. Vraag toch en zie of een man baren kan? Waarom heb Ik dan iedere man gezien  met zijn handen op zijn heupen als een barende vrouw, en waarom zijn alle gezichten lijkbleek weggetrokken? Wee! Want die dag is groot, er is er geen als hij. Het is een tijd van benauwdheid voor Jakob, toch zal hij daaruit verlost worden. Want op die dag zal het geschieden, spreekt de HEERE van de legermachten, dat Ik zijn juk van uw nek zal breken en uw banden zal verscheuren. Vreemden zullen zich niet meer door hem laten dienen, maar zij zullen de HEERE, hun God, dienen, en hun Koning David, Die Ik hun zal doen opstaan.” (Jeremia 30:4-9 HSV)

“En spreek tot hen: Zo zegt de Heere HEERE: Zie, Ik ga de Israëlieten nemen uit de heidenvolken waarheen zij gegaan zijn. Ik zal hen van rondom bijeenbrengen en hen naar hun land brengen. Ik zal hen tot één volk maken in het land, op de bergen van Israël. Zij zullen allen één Koning als koning hebben. Zij zullen niet langer als twee volken zijn, en niet langer nog in twee koninkrijken verdeeld zijn. Dan zullen zij zich niet meer verontreinigen met hun stinkgoden en met hun afschuwelijke afgoden en met al hun overtredingen. Ik zal hen verlossen in al hun woongebieden, waar zij gezondigd hebben, en Ik zal hen reinigen. Dan zullen zij een volk voor Mij zijn en Ík zal een God voor hen zijn. En Mijn Knecht David zal Koning over hen zijn. Voor hen allen zal er één Herder zijn. Zij zullen in Mijn bepalingen wandelen en Mijn verordeningen in acht nemen en die houden. Zij zullen wonen in het land dat Ik aan Mijn knecht, aan Jakob, gegeven heb, waarin uw vaderen gewoond hebben. Zij zullen daarin wonen, zij met hun kinderen en hun kleinkinderen, tot in eeuwigheid, en Mijn Knecht David zal tot in eeuwigheid hun Vorst zijn.” (Ezechiël 37:21-25 HSV)

“Daarna zullen de Israëlieten zich bekeren, en de HEERE, hun God, zoeken en David, hun koning. Zij zullen zich in diep ontzag tot de HEERE en Zijn goedheid wenden, in later tijd.” (Hosea 3:5 HSV)

Er is telkens sprake van JHWH als God en David als Koning. Er is veel gedacht dat hier met David de Here Jezus bedoeld wordt, onder anderen in de kanttekeningen bij de Statenvertaling

Twee dingen vallen op bij deze teksten. Het gaat over de eindtijd, de tijd van Jakobs benauwdheid en over het herstel van Israël.

Het is ook de tijd van het oordeel over de volken, waarvan vooral sprake is in Mattheüs 25.

“Wanneer de Zoon des mensen komen zal in Zijn heerlijkheid en al de heilige engelen met Hem, dan zal Hij zitten op de troon van Zijn heerlijkheid. En voor Hem zullen al de volken bijeengebracht worden, en Hij zal ze van elkaar scheiden zoals de herder de schapen van de bokken scheidt. En Hij zal de schapen aan Zijn rechter hand zetten, maar de bokken aan Zijn linker hand.” (Mattheüs 25:31-33 HSV)

Het gaat hier niet over het persoonlijk oordeel, maar over het oordeel over de volken. Ook dit gedeelte wijst weer naar Jezus als de Oude van Dagen. Als we weer even terugkeren naar Daniël 7 hebben we nog twee punten over:

3 De heiligen van de Allerhoogste en

4 Het volk van de heiligen van de Allerhoogste.

Bij de verklaring van het visioen van Daniël wordt nauwelijks nog over de Oude van Dagen en de Mensenzoon gesproken, maar gaat het meer over de heiligen en het volk van de heiligen.

Heilig betekent ‘apart gezet’. De heiligen zijn hier nauw verbonden aan een volk en in de Bijbel is er maar één door God apart gezet volk:  Israël.

De ‘heiligen’ waarvan hier sprake is behoren tot dat volk, we zouden hen kunnen noemen de gemeente van Israël. In het Oude Testament is daarvan reeds sprake en Daniël krijgt daarvoor ook geen verklaring, hij begrijpt dat wel zonder nadere uitleg.

Het woord ‘gemeente komt in het Oude Testament 83 maal voor en betekent daar dan de gemeenschap van Israël die samenkomt voor een bepaald doel.

In het Nieuwe Testament komen we het woord 75 maal tegen en is dan een groep gelovigen uit Israël, al wordt de naam Israël er niet bij genoemd. Israël is na de scheidbrief de naam Israël kwijtgeraakt, maar als we het Nieuwe Testament lezen en weten hoe de nakomelingen van Israël in de verstrooiing naar het noorden en westen zijn getrokken, kunnen we opmerken dat het ook in het Nieuwe Testament om Israël gaat, al leeft dit volk voort onder andere namen en zonder zich van de eigen identiteit bewust te zijn.

Als we even teruggaan naar Daniël zien we  dat de Oude van Dagen gericht houdt.

Ik keek toe totdat er tronen werden geplaatst, en de Oude van dagen Zich neerzette. Zijn gewaad was wit als de sneeuw en het haar van Zijn hoofd als zuivere wol. Zijn troon waren vuurvlammen en de wielen ervan waren laaiend vuur. Een rivier van vuur stroomde en ging voor Zijn aangezicht uit. Duizendmaal duizenden dienden Hem en tienduizend maal tienduizenden stonden voor Zijn aangezicht.

Het gerechtshof hield zitting en de boeken werden geopend.

In Openbaring lazen we: En te midden van de zeven kandelaren zag ik Iemand Die op de Zoon des mensen leek, gekleed in een gewaad tot op de voeten, en op de borst omgord met een gouden gordel; en Zijn hoofd en haar waren wit, als witte wol, als sneeuw, en Zijn ogen waren als een vuurvlam

En Jezus zelf zei: “Wanneer de Zoon des mensen komen zal in Zijn heerlijkheid en al de heilige engelen met Hem, dan zal Hij zitten op de troon van Zijn heerlijkheid. En voor Hem zullen al de volken bijeengebracht worden,

Deze teksten geven aan wat we reeds gezegd hebben, dat de Oude van Dagen, Jezus, komt in heerlijkheid om de volken de oordelen.

Daniël laat zien dat dit plaats vindt na een periode waarin het slecht gaat met Israël en de heiligen van de Allerhoogste:

Het vierde dier zal het vierde koninkrijk op aarde zijn, dat verschillen zal van al de andere koninkrijken. Het zal heel de aarde verslinden, het zal haar vertrappen en haar verbrijzelen. En de tien horens duiden aan dat uit dat koninkrijk tien koningen zullen opstaan, en na hen zal een ander opstaan. Die zal verschillen van die er eerder geweest waren. Drie koningen zal hij vernederen. Woorden tegen de Allerhoogste zal hij spreken, de heiligen van de Allerhoogste zal hij te gronde richten. Hij zal erop uit zijn  bepaalde tijden en de wet te veranderen, en zij zullen in zijn hand worden overgegeven voor een tijd, tijden en een halve tijd. Daarna zal het gerechtshof zitting houden: men zal hem zijn heerschappij ontnemen, hem verdelgen en volledig vernietigen.

Daniël geeft aan dat dit niet hetzelfde rijk is als het eindrijk van de droom van Nebukadnezar, hoewel het veel overeenkomsten heeft. Er zit dan een herstel in van het oude Romeinse Rijk maar op wereldwijde schaal met al de kenmerken van het Babylonische systeem.

Jeremia noemt die periode een tijd van benauwdheid van Israël.

Het is een tijd van benauwdheid voor Jakob, toch zal hij daaruit verlost worden.

Waar de naam Jakob genoemd wordt geeft dat aan dat het om alle stammen van Israël gaat en uit het verband met de andere teksten heeft dit te maken met de eindtijd, voor de wederkomst van Jezus, de Messias.

Als we nu letten op de tijd waarin wij leven, zien we dat deze alle kenmerken heeft die door Daniël zijn gegeven en ook in Openbaring naar voren komen.

Paulus geeft nog een bijzonderheid aan voor deze tijd:

“Laat niemand u op enigerlei wijze misleiden. Want die dag komt niet, tenzij eerst de afval gekomen is en de mens van de wetteloosheid, de zoon van het verderf, geopenbaard is,” (2 Thessalonicen 2:3 HSV)

Het woord ‘afval’ vinden we ook nog in de Klaagliederen en kan hiermee in verband gebracht worden.

“Uitvaagsel en afval hebt U van ons gemaakt in het midden van de volken!” (Klaagliederen 3:45 HSV)

De grote macht en het aanzien van de Israël volken is gekomen aan het eind van de strafperiode en ten gevolge van de  Reformatie. De volken gingen God dienen en hielden in hun wetgeving rekening met de Goddelijke wetten.

De zegen die op het houden van de wet is beloofd hebben we ervaren. De Israël volken kregen de heerschappij over een groot deel van de wereld en hebben daar ook het evangelie bekend gemaakt. In het koloniale tijdperk kwam er vrede en ontwikkeling onder vele niet Israël volken. Tegenwoordig wijst men meestal op de verkeerde dingen die er ook gebeurd zijn. Men trok er op uit om te verdienen en dat ging soms wel ten koste van de bevolking, maar er is ook veel goeds tot stand gekomen.

Het is bij Israël altijd zo geweest dat in tijden van voorspoed men dacht dat het eigen verdienste was en men God er niet voor nodig had. Als men God buiten beschouwing liet en Gods wetten ging vervangen door eigen leefregels, ging het altijd minder goed en in tijd van nood kwam er dan bekering tot stand.

Na bekering volgt herstel, dat is ook een goddelijke wet, maar bekering komt alleen als men overtuigd is van zonde. Zonde is overtreding van Gods leefregels of wetten.

Die wetten van God zijn net zo logisch als de natuurwetten van de zwaartekracht enz. In de wetenschap zoekt men naar de grenzen van ons kunnen, maar ook naar de wetten die in de natuur een rol spelen. Als we naar de weerberichten luisteren horen we van hoge en lage druk en de windrichting die daarvan het gevolg is en de regen of droogte die daardoor kan ontstaan.

Veel van die natuurwetten kan men door onderzoek vinden en dan voor de ontwikkeling verder toepassen. Die wetten veranderen gaat echter niet.

Wat de mens zelf kan vinden is niet in de Bijbel opgetekend. Wat er wel staat zijn de wetten voor het leven. Bij dieren zijn die ingeschapen, zij doen automatisch wat zij moeten doen, het hoeft hun niet geleerd te worden. Hooguit leren de jongen iets van de ouden door naar hun voorbeeld te kijken en passen ze zich aan de omstandigheden aan. Een hogere ontwikkeling is niet mogelijk. Wij kunnen dieren trainen in een bepaalde ontwikkeling, maar zichzelf ontwikkelen is er niet bij.

Bij de mens is dat anders en toch zien we daar ook grote verschillen. Na de Reformatie, de terugkeer naar het Woord van God, zien we een sterke ontwikkeling vooral in de Protestants Christelijke volken, de Israël volken.

Daarop is voorspoed gevolgd. We waren reeds een belangrijke zeevarende mogendheid voor het einde van de tachtigjarige oorlog. Dat is een echt Zebulon kenmerk.

Nu zijn we echter op een totaal verkeerde weg. We hebben een regering en een parlement datr meent telkens maar weer nieuwe wetten en regels te moeten vaststellen. De regering wil overal zeggenschap over hebben en de mensen schuiven de verantwoordelijkheid af op de regering. We hebben allemaal rechten, maar we horen weinig over plichten.

Er zijn nog kleine groepen, die zich medeverantwoordelijk voelen voor ons volk. Er zijn gebedsgroepen en er wordt veel gedaan voor gelovigen in andere landen.

In de Islamitische wereld zien we een steeds sterkere vervolging van de christenen. Die moeten dikwijls in het geheim samenkomen en als ze al een kerkgebouw hebben, lopen ze de kans dat het wordt verbrand of vernield. Vele gelovigen zitten gevangen. De overgang van de Islam tot het christendom is een doodzonde. Velen zijn dan ook in het geheim christen. In de communistische landen is het net zo. In China zijn er wat mogelijkheden, maar in Noord Korea is het christen zijn ook levensgevaarlijk.

Toch lukt het niet het geloof uit te roeien met geweld. Een oude uitdrukking zegt het zo: Het bloed der martelaren is het zaad van de kerk.

De aanval op het geloof en de gelovigen in de westerse landen is veel subtieler. De Joden die in de Bijbel de synagoge van de satan worden genoemd, omdat ze geen Judahieten of Israëlieten zijn infiltreren met de oude satanische methode van het twijfel zaaien en daarna het ontkennen van de Bijbelse waarheden. Het is van belang de dingen waarmee we in aanraking komen te onderzoeken en te controleren.

Het is vaak moeilijk nieuwe opvattingen bekend te maken, omdat die opvattingen allereerst getoetst worden aan de eigen opvattingen. Lijken ze daar een beetje van af te wijken, dan wil men er niets meer van horen. Velen die Israël gezien hebben en hun zienswijze aan anderen willen uitleggen ervaren dan weerstand.

Wij kunnen er van getuigen, maar wij kunnen niemand overtuigen. Dat is het werk van God en het blijkt, dat degenen die zelf veel vragen hebben en daar onderzoek naar doen door Gods Geest kunnen worden overtuigd.

Voor ons is de Israël waarheid zo duidelijk en de Bijbel is daardoor voor ons veel meer gaan leven, maar we komen er door apart te staan, zelfs in onze eigen Israël beweging. Er zijn zoveel verschillende opvattingen over talloze onderwerpen.

Hoeveel tijd ligt er tussen Genesis 1 vers 1 en vers 2? Waar lag het paradijs? Waarheen trokken Adam en Eva uit het paradijs?  Was de zondvloed in een bepaald gebied of over de gehele aardbol? Over al deze onderwerpen wordt verschillend gedacht en men verkettert dan graag iemand die er anders over denkt.

Denk er om, wij Israëlieten denken veel over de dingen na!

U moet niets geloven omdat ik het zeg, u hoeft niets te aanvaarden van wat ik zeg!

God wil van ons geen robots maken  en zelfs geen mensen die allemaal gelijk denken. Hij heeft ons geschapen naar Zijn beeld en Hij wil ons vervullen met Zijn Geest (dat is Hij zelf!) om ons te ontwikkelen volgens Zijn plan. Hij heeft voor ieder van ons een eigen plan!

Daarbij geeft Hij de opdracht de onderlinge liefde te bevorderen. Hebt u een hekel aan een bepaalde persoon? Kunt u iemand niet uitstaan? Misschien hebt u daar alle reden voor, maar is dat Gods bedoeling met uw leven, nu we dicht bij de wederkomst leven?

Met mijn familie kan ik moeilijk over mijn geloof praten, maar zij weten wel dat ik gelovig ben. Ik heb vrienden die grote problemen met elkaar hebben. Hun verschillende opvattingen zijn mij bekend en weet u bij verschillende opvattingen hebben dikwijls beide partijen gedeeltelijk gelijk en misschien wel helemaal!

Verwacht u de wederkomst? Zou uw opvatting hierover verschil maken voor de wederkomst? De Bijbel spreekt er over en dus zal het gebeuren, of u het gelooft of niet.

Het is zo mooi dat we bij het einde van Jezus leven en bij zijn opstanding en hemelvaart telkens twee getuigen zien. Zij verschenen op de berg der verheerlijking, zij waren bij het lege graf en ze stonden bij de Galilese mannen die met (denk ik) met open mond naar boven bleven kijken toen Jezus was opgevaren en met een wolk was verdwenen. Wat zeiden ze? (Ik denk dat het telkens dezelfde mannen waren, de twee getuigen!)

“En nadat Hij dit gezegd had, werd Hij opgenomen terwijl zij het zagen, en een wolk onttrok Hem aan hun ogen. En toen zij, terwijl Hij van hen wegging, hun ogen naar de hemel gericht hielden, zie, twee mannen stonden bij hen in witte kleding, die ook zeiden: Galilese mannen, waarom staat u omhoog te kijken naar de hemel? Deze Jezus, Die van u opgenomen is naar de hemel, zal op dezelfde wijze terug komen als u Hem naar de hemel hebt zien gaan.” (Handelingen 1:9-11 HSV)

Wanneer die wederkomst plaats vindt weet ik niet. Sommigen zeggen: dit of dat moet eerst nog gebeuren. Misschien hebben ze gelijk, maar de dingen kunnen tegenwoordig zo snel gebeuren, dat het niet veel uitmaakt.

Gelooft u dat Jezus spoedig zal terugkomen? Als u het niet gelooft, zult u gewoon door leven zoals u gewend bent.

Als u het wel gelooft, bent u er dan klaar voor? Bereidt u zich er op voor?

Misschien bent u erg gekwetst of zelfs beledigd door anderen. U moet niet wachten tot de ander zich bekeert, maar u kunt en mag met de liefde van Jezus de Messias, naar de ander kijken. Doet het u wat, als de ander het niet gelooft of er naar uw mening verkeerd over denkt?

Posted on juni 22, 2012 at 17:53 by prime · Permalink
In: wateenwereld · Tagged with: , , , , , ,

Leave a Reply