De Israël - Visie

Een introductie door J. Alberts

De wetenschappelijke en technische ontwikkelingen hebben de laatste tientallen jaren een enorme vlucht genomen. En de mensheid beroemt zich daarop, in de meest kleurrijke bewoordingen. Niettemin is men, ondanks de ontwikkelingen, ondanks de geweldige prestaties bijvoorbeeld op het gebied van computers en ruimtevaart, niet in staat om de immense problemen op deze aarde op te lossen. Donkere wolken pakken zich samen. Alle aardse zekerheden vallen één voor één weg, met als gevolg een enorme chaos. Velen zijn verontrust over wat er in de wereld gebeurt. De mensheid is nu gekomen op het punt in de geschiedenis, waarvan wij lezen in Lukas 21:26: "De mensen bezwijmen van vrees en angst voor de dingen, die over de wereld komen".

Maar God, de God van Israël, de Schepper van alle dingen, heeft dit alles voorzien. Daarom heeft Hij aan de mensheid Zijn woord geschonken om inzicht te geven in Zijn plan tot redding van de wereld en allen die daarop wonen. En dit plan wordt uitgevoerd door het Bijbelse Volk Israël. Dat Woord, de Bijbel bestaat uit twee delen: het Oude Testament en het Nieuwe Testament. En voor alle duidelijkheid, het tweede deel is niet te begrijpen zonder het eerste. En omgekeerd is het eerste deel niet compleet zonder het tweede.

De eerste paar hoofdstukken van het Oude Testament, geven ons in het boek Genesis, een zeker niet wetenschappelijk verslag van de schepping en een beschrijving van hoe het kwaad in de wereld kwam, door de ongehoorzaamheid van het eerste mensenpaar, Adam en Eva. Zij raakten hun hoge positie kwijt en satan werd de "overste der wereld". Maar God sluit met Adam een verbond, waarin Hij toezegt, dat de oude en volmaakte situatie weer zal worden hersteld. En bij verder lezen ontdekken wij, dat het overgrote deel van het Oude Testament in beslag wordt genomen door de geschiedenis van het Volk Israël. Wij lezen van Noach, die met zijn gezin gered wordt uit de Zondvloed. Wij lezen van Abraham en Sara als de grondleggers van het Volk Israël. Mensen met wie God een eeuwigdurend verbond sluit, dat nog steeds niets van zijn geldigheid heeft verloren. Een verbond, dat overgaat op zijn zoon Izaäk en zijn kleinzoon Jakob, die de naam Israël mag dragen. Jakob had twaalf zonen, de voorouders van de latere Twaalf Stammen, die tezamen het Volk Israël zouden vormen.

Wij lezen ook hoe Jakob met zijn kinderen (uitgezonderd Jozef), door een hongersnood gedwongen, naar Egypte gaat om voedsel te kopen, daar bleef en uitgroeide tot een Volk. Vóór Jakob sterft zegent hij zijn zonen.

Na jaren wordt het Volk door de Egyptenaren tot slaven gemaakt. Maar zij ontkomen tenslotte onder leiding van Mozes, hij werd door God aangewezen voor deze taak, met als uiteindelijke bestemming, het aan Abraham, Izaäk en Jakob beloofde land Kanaän. Veertig jaar zwerft het Volk door de Sinaïwoestijn. Hier sluit God met dit Volk een Verbond. Hij maakt het tot Zijn Koninkrijk. En dit Verbond is zo hecht, dat er zelfs gesproken wordt van een huwelijksband. Het Volk krijgt de opdracht een zegen te zijn voor alle volken, waarmee het tevens Gods dienstknecht wordt. Tijdens hun tocht door de woestijn ontwikkelen de Twaalf Stammen zich tot een eenheid, om éénmaal in Kanaän aangekomen, de hun door God opgedragen taak te kunnen uitvoeren.

Als het Volk voor de grenzen van het beloofde land is aangekomen, zegent Mozes het Volk Israël, iedere stam afzonderlijk. Nog vóór de intocht sterft hij. Onder Jozua, de opvolger van Mozes, trekt het Volk het land binnen. Na Jozua's dood wordt het Volk bestuurd door een opeenvolging van richters; Jozua was de eerste en Samuël de laatste. Maar de werkelijke leiding lag in Gods handen.

Onder Samuël vraagt het Volk om een regering door een aardse koning. Hiermede verwerpt het God als hun Koning. God heeft dit voorzien en staat het toe. Maar Hij blijft de rechtmatige Koning.

Als eerste koning wordt Saul, uit de stam Benjamin, aangewezen, maar hij faalt jammerlijk. Hij wordt opgevolgd door David, uit de stam Juda. Hij staat te boek als een groot koning. Met hem sluit God een Verbond, dat voornamelijk een eeuwigdurend Koningschap over Israël inhoudt. David wordt opgevolgd door zijn zoon Salomo, op wie het Verbond overgaat. Onder David en Salomo, bereikt het Koninkrijk Israël zijn grootste invloed en omvang.

Aan het einde van Salomo's regering, gaat het echter bergafwaarts, omdat hij de afgoden van zijn talloze vrouwen toestaat. Voor de gevolgen heeft God gewaarschuwd en Hij laat Salomo aanzeggen, dat een deel van het Koninkrijk van hem zal worden afgenomen, maar dit gebeurt niet tijdens zijn leven. Het vindt plaats aan het begin van de regering van Salomo's zoon en opvolger Rehabeam. Tien van de Twaalf Stammen maken zich van hem los. Twee Stammen blijven Rehabeam trouw; Juda, Benjamin en een aantal Levieten. De Tien Stammen vormen het Noordelijke Rijk Israël, ook wel Efraïm of Jakob genoemd. Over hen regeert als eerste koning Jerobeam, die eens een hoge positie bekleedde aan het hof van koning Salomo.

De beide Koninkrijken gaan ieder hun eigen weg, waarbij de vijandschap vaak groter is dan de broederschap. In beide Rijken neemt de afgoderij zulke vormen aan, dat de uitvoering van de strafclausules binnen het Verbond, niet kunnen uitblijven. Dat betekent wegvoering uit het land. Zij waren hiervoor in niet mis te verstane bewoordingen gewaarschuwd.

Als eerste wordt het Tienstammenrijk getroffen. Door de Assyriërs, als Gods werktuig, wordt het in verschillende fasen gedeporteerd naar een streek ten Zuidwesten van de Kaspische Zee, met een zogenaamde scheidbrief. Dit deel van Israël wordt verstoten: Lo-Ammi (niet mijn volk en niet meer Gods vrouw). Ook het Zuidelijk Rijk Juda, ontkomt niet aan wegvoering. Ruim 130 jaar later, wordt ook Juda of wat daarvan nog over was, gedeporteerd vanwege haar zonden, die nog erger waren dan die van het Noordelijke Rijk Israël. Juda wordt in een periode van ongeveer 25 jaar weggevoerd naar Babel, dat intussen de overheersing van het Assyrische rijk had overgenomen. Jeruzalem wordt met de grond gelijk gemaakt.

Maar eens zal de eenheid tussen Juda en Israël weer worden hersteld. En dan zal God met dit Volk een geheel nieuw Verbond sluiten. En het koningshuis van David? Met het oog op de beloften die aan David gedaan zijn, moet dit Huis nog ergens op deze wereld te vinden zijn.

Zoals voorzegd, keert een deel van Juda na zeventig jaren van ballingschap terug onder Zerubbabel en Jesua, om de Tempel en Jeruzalem te herbouwen. Zij, nakomelingen van Juda en Benjamin en een aantal Levieten, worden van nu af Joden genoemd en waren vermengd met niet-Israëlitische elementen. Deze naam mag dus niet worden gegeven aan nakomelingen van de Tien Stammen en dat deel van Juda, dat met het Noordelijke Rijk was weggevoerd naar Assyrië.

Bijna 500 jaren na de terugkeer wordt de lang verwachte Messias, Jezus Christus, in Bethlehem geboren. Het Oude Testament staat vol met profetieën, die betrekking hebben op deze zo belangrijke gebeurtenis, voor Israël en voor de hele wereld. Hij kwam als enig rechthebbende op de troon van zijn (voor-) vader David, om Israël te verlossen en de wereld te redden. Hij kwam om de beloften die aan de vaderen zijn gedaan, te bevestigen.

Zijn boodschap wordt slechts door een klein deel van het Volk aanvaard, voornamelijk Benjaminieten, die zich in Galilea hadden gevestigd en zich Galileeërs noemden. Onder Zijn volgelingen zijn zeker ook Joden geweest, zelfs uit de oversten, geloofden velen in Hem.

Maar de Joodse leiders, die beter hadden moeten en kunnen weten, waren blind voor Zijn boodschap en verwierpen Hem. Zij zochten redenen om Hem te doden. Onder valse beschuldigingen leverden zij Hem uit aan de Romeinse overheersers, die Hem kruisigden. Hij werd begraven, maar stond, als voorzegd, na drie dagen op uit de dood.

In 70 na Christus werd Jeruzalem, na de zoveelste opstand van de Joden, door de Romeinen met de grond gelijk gemaakt en werden de Joden verstrooid over het gehele Romeinse Rijk.

In de eerste eeuwen van onze jaartelling aanvaardden grote aantallen niet-Israëlieten het Joodse geloof. De Joden stonden er om bekend dat zij alles deden om bekeerlingen te maken. Hieruit mogen wij de gevolgtrekking maken dat de huidige Joden voor het overgrote deel niet tot een bepaald geslacht of volk gerekend kunnen worden. Zij vormen veeleer een godsdienstige en culturele gemeenschap, waaronder zeker ook een aantal "ware" Israëlieten zullen zijn en dan voornamelijk afstammend van Juda en Levi.

De verstrooiing van de Joden betekent voor velen het einde van het Volk Israël. En dit ondanks de talloze beloften van herstel en ondanks het eeuwigdurend Verbond met Abraham, Izaäk en Jakob. Paulus zegt toch wel héél duidelijk: "Jezus is gekomen om de beloften aan de vaderen gedaan te bevestigen". Eens heeft Jezus gezegd: "Ik ben slechts gezonden tot de verloren schapen van het huis Israëls" (Mattheüs 15:24).

En als de Joden Hem dan trachten te doden, zegt Hij: "Daarom, Ik zeg u, dat het Koninkrijk Gods van u zal weggenomen worden en het zal gegeven worden aan een volk, dat de vruchten daarvan opbrengt" (Mattheüs 21:43). Dat betekent, dat het Koninkrijk/Koningschap wordt afgenomen van het Joodse overblijfsel van Juda, dat tot dan toe nog in het bezit was van alle rechten en ook de naam Israël mocht dragen, al deze rechten/voorrechten kwijtraakt.

Zo is het toch wel begrijpelijk, dat die rechten/voorrechten zijn voor dat andere deel van Israël, de Verloren Schapen van het huis Israëls (Mattheüs 10:5-6).

Het is hier de plaats, om nogmaals te wijzen op de scheiding van het Volk Israël in twee aparte Rijken, na de dood van koning Salomo. Een scheiding, welke nog steeds bestaat. Maar hereniging is beloofd. Dit onderscheid is de grondslag van de zogenaamde Israël-visie. Wil er van herstel, van hereniging sprake zijn, dan zullen die twee groepen toch ergens op de wereld moeten worden gevonden.

Voor wat het Judese gedeelte betreft, is dit niet zo'n groot probleem. Dat bevindt zich voornamelijk onder het huidige Jodendom. En dat andere deel? Uit diepgaand onderzoek van de Bijbelse en de wereldgeschiedenis, is gebleken dat de mensen van het Tienstammig Israël, die in ballingschap naar Assyrië zijn afgevoerd, daar niet gebleven zijn, maar verder zijn getrokken, waar zij, blind voor eigen identiteit, onder andere namen bekend zijn geworden: de erenaam Israël waren zij kwijtgeraakt. Wij komen hen tegen als: Scythen, Kelten, Galaten, Angelen, Saksen, Juten, Denen, Vikingen en onder nog vele andere namen. Zij trokken voornamelijk naar het Westen, naar de "kustlanden". Velen kwamen in Brittannië (Engeland) aan. Anderen bleven achter op het vasteland van Europa, vooral in Nederland en de Scandinavische landen. Opvallend is de weg die Dan heeft afgelegd. Dan-Be (Donau) Dan ieper (Dnjepr), Dan-jestr ((Dnjestr), Danwine, Don, Donets (rivieren in Oost-Europa), Danzig, Danmark (grensplaats van Dan), (Denemarken), geven aanwijzingen. Overigens verlieten veel Denen Danmark. Wij komen hen later tegen als Noormannen in Normandië.

Zo werd Israël opnieuw gevormd in West Europa, zoals geprofeteerd in het 37ste hoofdstuk van Ezechiël. Van Europa uit, heeft het zich verspreid over de wereld om zich te vestigen in Canada, de Verenigde Staten, Zuid Afrika, Australië en Nieuw-Zeeland.

Juda gevonden! Israël gevonden! En het Koningshuis van David? Ook dat heeft geweldige beloften van toekomstig herstel ontvangen. In de laatste dagen van het Koninkrijk Juda, toen de Babyloniërs binnenvielen, ontsnapte de profeet Jeremia met de "dochters van de koning". Volgens Ierse Kronieken was het Jeremia, die in Ulster aankwam, in gezelschap van een prinses en zijn schrijver (Baruch). Dat was in ongeveer 580 voor Christus. Overeenkomstig de tradities huwde deze prinses, Scota, de Ierse koning Eochaid, ook een nakomeling van David, via Zerach. Uit deze verbintenis kwamen alle Europese vorstenhuizen voort, welke wij nu nog kennen. Zij regeren over Israël, dat haar identiteit nog steeds niet heeft teruggevonden.

Maar herstel en hereniging van Juda en Israël is beloofd. Daarop kan niet voldoende de nadruk worden gelegd. En de God van Israël zal Zijn beloften nakomen. Hij is getrouw.

Het gaat om Israël, om de gehele wereld. Het Volk Israël moest een voorbeeld Volk zijn, voor alle volken. Tijdelijk werd Israël ongeschikt voor deze taak. Tijdelijk, want ondanks het blind zijn voor eigen identiteit, heeft Israël een groot deel van die taak wel vervuld. Namelijk het getuigen van de grote daden Gods en met name van die ene grote daad, het offer van onze Here Jezus Christus aan het kruis, tot herstel van het Koninkrijk Israël en de geweldige mogelijkheid tot redding van de gehele mensheid.

Als de reeds genoemde Israël-visie dan zo belangrijk is, waarom wordt deze dan niet algemeen aanvaard? Om enkele reden te noemen:

* De gedachte aan een "verloren" Israël druist in tegen de gebruikelijke Bijbelverklaringen.

* De verwoestende werking van de hogere Schriftkritiek, welke met name in dit verband alles wat in de Bijbel over Israël wordt gezegd, belachelijk probeert te maken.

* En hieruit vloeit voort, dat velen de Israël visie verwerpen, omdat er volgens hen geen werkelijke profetie bestaat en zij de Bijbel op dit punt hoogst onbetrouwbaar achten.

* En ook is de gedachte om tot het Volk Israël te behoren, voor velen onvoorstelbaar en onverdraaglijk.

De Israël-visie is geen hersenspinsel of "een vernuftig gevonden verdichtsel", maar een leer, de leer van het Evangelie van het Koninkrijk, dat een aards Koninkrijk zal zijn met Jezus als Koning. De Israël-visie werpt een belangrijk licht op de profetieën, aangaande de geschiedenis en de bestemming van Israël.

De Israël-visie laat zien, dat de God, die zich in de Bijbel openbaart als de God van Israël, Zijn Verbond houdt.

Onze Here Jezus zal eens terugkeren, zoals Hij heeft beloofd. Dan zal Hij van Jeruzalem uit, op de troon van David regeren, over geheel Israël en met Israël over de gehele aarde. Er is gezegd, dat het doorbreken van het Koninkrijk Gods, de zin van de geschiedenis is, dat zal dan een geweldige heerlijkheid worden.

En "uit Sion zal de wet uitgaan". Dat is de wet die er sinds Mozes is geweest en die niets van zijn geldigheid heeft verloren, al wil men ons wel anders doen geloven. Israël was en is nog steeds het Uitverkoren Volk, waar het zich op deze aarde ook moge bevinden.

Nog steeds het Uitverkoren Volk:

* om Gods dienstknecht te zijn.

* om Gods getuige te zijn.

* om tot een zegen te zijn voor alle volken.

En dat niet uit voorkeur, maar ter ere van Gods Heilige Naam

De beloften aan de Vaderen gedaan, zijn niet overgegaan op de kerk of het Joodse volk, maar zijn nog steeds bestemd voor een geheel en hersteld Israël en allen die willen luisteren naar en zich verwonderen over de woorden van eindeloze genade: God heeft niet gefaald.

Mogen wij in de donkere dagen, welke nog voor ons liggen, troost putten uit de woorden die wij vinden in Psalm 121:4: "Zie, de Bewaarder van Israël sluimert noch slaapt".

Ezechiël 3:17:""Mensenkind, u heb Ik tot wachter over het huis Israëls aangesteld. Wanneer gij een woord uit mijn mond hoort, zult gij hen uit mijn naam waarschuwen".

 

     
     
  Site Map