UIT VREES  VOOR DE JODEN

 

"En daarna vroeg Jozef van Arimathea, een discipel van Jezus, maar in het verborgen uit vrees voor de Joden, aan Pilatus het lichaam van Jezus te mogen wegnemen; en Pilatus stond het toe. Hij kwam dan en nam zijn lichaam weg"  (Johannes 19:38).

De uitdrukking 'uit vrees voor de Joden' wordt alleen in het Johannes evangelie gebruikt en staat in verband met het lijden en sterven van Jezus en zijn opstanding. De mensen in Jeruzalem zijn bang  zich uit te spreken over hun gedachten over Jezus, Jozef van Arimathea is een verborgen discipel, waarschijnlijk een oom van Jezus en een aanzienlijk en rijk man. Ten slotte zijn het de discipelen, die van de opstanding hebben gehoord, maar toch nog bang zijn.

De 'Joden' waarvoor zij bang zijn, zijn dezelfde Joodse leiders, die van Jezus te horen krijgen dat zij de duivel tot vader hebben en daarom de leugen liefhebben en niet de waarheid willen horen. Zij zijn het die de Here Jezus aan de Romeinen hebben uitgeleverd om gekruisigd te worden en zij hebben direct na de opstanding leugenverhalen de wereld ingezonden en daar zijn ze mee bezig gebleven tot op de dag van vandaag.

In de periode van de kruistochten, toen Rome de mensen opriep naar het beloofde land te trekken om het te bevrijden van de Islam, zijn er miljoenen omgekomen in een van die opgelegde oorlogen, die zinloos zijn, omdat het gaat om macht en meer macht. Er is toen een compromis gesloten waarbij de drie monotheïstische godsdiensten, de Christenen, de Joden en de Moslims het recht kregen in het heilige land te wonen en als pelgrims hun heilige plaatsen konden bezoeken. Ze hebben in vrede duizend jaar lang samen in het land kunnen verkeren.

Met de terugkeer van de Joden in de vorige eeuw en de stichting van de Joodse staat Israël veranderde de zaak. De Joden gingen naar een land dat zij helemaal en onvoorwaardelijk als het hunne beschouwden, een land waarin de Joodse eredienst, gewoontes en wetten een Bijbels recht hadden om te overheersen.

Dit wordt door vele evangelische christenen volledig ondersteund en gesteund.

De meerderheid van de Joodse bevolking van de staat Israël is niet godsdienstig, maar officieel is de Joods orthodoxie de godsdienstige positie in Israël, waarbij de meerderheid van de rabbi's behoort tot de oude school van Talmoedische juristen. De autoriteiten bevestigen steeds meer dat Israël het recht heeft om Christenen en Moslims uit te sluiten van volledige deelname aan het religieuze leven van de natie.

Wij kennen net als Amerika een scheiding van kerk en staat, maar in de staat Israël is er geen scheiding van synagoge en staat. De rabbijnen hebben grote invloed in de staat en dat werkt tegen de Christenen.

Tegen het einde van de vorige eeuw waren ongeveer 20% van de bewoners van Palestina Christen. Als gevolg van langdurige en consequente discriminatie is dat nu nog maar 2% en het aantal Christenen wordt minder. In Jeruzalem hebben diverse christelijke voorgangers de ervaring dat Joden hen in het gezicht spuwen!

Niet alleen in Israël, ook in andere landen en zelfs in ons eigen land zien we de tegenstand tegen het Christendom toenemen, zelfs onder Christenen zelf. Wat is er toch mis met de Christenen van onze tijd? Daar maken zich velen zorgen over. In nummer 5 van het vorige jaar ging het over 'dienen'. Willen we nog dienen, of willen we liever heersen? Gaan we onze eigen weg, of gaan we de weg van onze Heer? Hij werd de minste, terwijl Hij de allerbelangrijkste was. Wij willen graag gelijk hebben en dat aantonen. Kunnen we nog naar een ander luisteren, die het Woord van God ook serieus neemt?

De Joden hebben grote invloed, ook op religieus gebied, vooral omdat vele Christenen denken dat de Joden het volk van God, Israël zijn. Hun advies wordt gevraagd bij het vertalen van de Bijbel. Vertalen is telkens weer nodig omdat de taal verandert, er nieuwe woorden ontstaan en oude verdwijnen. Is het nieuwe dan meteen ook beter? Moeten we de Bijbel beschouwen als een Oosters boek, met symbolische taal? Hebben de Bijbelschrijvers ideeën en begrippen overgenomen van andere volken? De Bijbel is het boek van Israël en onze voorouders waren Israëlieten, de Bijbel is dus ook het boek van ons volk en de oorspronkelijke Hebreeuwse en Griekse tekst is volkomen betrouwbaar. In de vertalingen zijn fouten terecht gekomen, omdat de vertalers hun eigen interpretatie erin verwerkt hebben. Als ze ook nog geluisterd hebben naar de Joden, die niets met Jezus te maken willen hebben, zijn er alleen maar meer fouten gekomen.

Wij willen in ons schrijven over en vanuit de Bijbel, zoeken naar de wil van God, in het besef dat wij niet alles weten en begrijpen. Het Woord is de waarheid en de waarheid maakt vrij. Wij zijn blij met het Woord en dankbaar voor de verlossing die ons daarin wordt aangeboden.

G. van der Laan

 

NERGENS VEILIG

 

Er zijn op het ogenblik op aarde miljoenen mensen die zich nergens veilig voelen en dat aantal neemt toe. Het normale leven zou zo moeten zijn, dat de mensen rustig en in vrede kunnen wonen in dorpen en steden samen met alle anderen die daar wonen. Dat willen de mensen ook graag en toch lukt het lang niet overal. En het lijkt steeds erger te worden.

De Bijbel spreekt ook over deze zaken, vooral in het laatste boek Openbaring. Als we alle boeken die over Openbaring geschreven zijn, zouden willen lezen, hebben we jaren tijd nodig, want iedere schrijver heeft weer iets anders gezien, of legt het op een andere manier uit. Er is veel symbolische taal in Openbaring en men kan dan geneigd raken alles symbolisch te zien. Maar de totale benadering is te verdelen in twee hoofdvisies, de historische en de futuristische. De historische visie ziet Openbaring als profetie die in de loop der geschiedenis is vervuld. Alleen het slot moet nog plaats vinden. De futuristische visie ziet Openbaring als profetie voor de eindtijd en verwacht dat deze profetie spoedig in vervulling zal gaan.

Bijbelse profetie heeft iets heel bijzonders. Een profeet kunnen we herkennen en erkennen aan de uitkomst van de profetie. Als niet uitkomt wat geprofeteerd is, moeten we de profeet niet als profeet erkennen, hij of zij heeft blijkbaar uit zichzelf gesproken.

Van de Bijbelse profeten geloven wij dat zij van God gezonden zijn. Hun tijdgenoten moeten de waarheid van de profetieën hebben aangevoeld of beleefd. Denk aan de profeten die de ondergang van Israël en Juda hebben voorzegd en meegemaakt.

In de evangeliën lezen we telkens bij het leven van de Here Jezus, dat bij zijn optreden profetieën werden vervuld. Als we die vervulling vergelijken met de profetie blijkt soms dat het geen volledige, maar een gedeeltelijke vervulling is geweest.

Een goed voorbeeld is Jesaja 9:1‑7:

"Doch er zal geen donkerheid wezen voor het land dat in benauwdheid was. Zoals Hij in het verleden smaad bracht over het land van Zebulon en over het land van Naftali, zo brengt Hij in de toekomst eer over de weg der zee, de overzijde van de Jordaan, de landstreek der heidenen. Het volk dat in donkerheid wandelt, ziet een groot licht; over hen die wonen in een land van diepe duisternis, straalt een licht. Gij hebt het volk vermenigvuldigd, zijn vreugde groot gemaakt; het verheugt zich voor uw aangezicht als met de vreugde bij de oogst, zoals men juicht bij het verdelen van de buit. Want het juk dat het drukte, en de stang op zijn schouder, de roede van zijn drijver, hebt Gij verbroken als op Midjansdag. Want elke schoen die dreunend stampt, en elke mantel, in bloed gewenteld, zal verbrand worden, een prooi van het vuur.  Want een Kind is ons geboren, een Zoon is ons gegeven, en de heerschappij rust op zijn schouder en men noemt hem Wonderbare Raadsman, Sterke God, Eeuwige Vader, Vredevorst. Groot zal de heerschappij zijn en eindeloos de vrede op de troon van David en over zijn koninkrijk, doordat hij het sticht en grondvest met recht en gerechtigheid, van nu aan tot in eeuwigheid. De ijver van de HERE der heerscharen zal dit doen."

Jesaja leefde in de tijd dat het volk Israël in ballingschap werd weggevoerd door de Assyriërs. Het lijkt wel of Jesaja de geschiedenis ziet vanuit de toekomst, en er dan over spreekt. Hij gebruikt de toekomende tijd, de tegenwoordige tijd en de voltooide tijd door elkaar. Vanuit de eeuwigheid is er ook geen tijdsverschil. "Een Kind is ons geboren", dat moest nog vele jaren duren voor dit werkelijkheid werd; "een Zoon is ons gegeven, en de heerschappij rust op zijn schouder…" dat moet nog gebeuren, maar Jesaja kreeg het te zien als realiteit. Dan combineert Jesaja het in de toekomende tijd, met hoe de uitwerking zal zijn tot in het Duizendjarig Rijk.

Uit het voorgaande blijkt, dat we de profetie niet zonder meer ergens in de geschiedenis vervuld kunnen verklaren. De profeten zullen wel meer gezegd hebben, maar wat van hun woorden is opgetekend heeft betekenis voor alle tijden. Het eenvoudigste boekje over de historische interpretatie van Openbaring is "Het Boek der Openbaring tevens gezien in het licht der historie" van A.Vrolijk (Nr. D‑06 van de boekenlijst). We kunnen deze Openbaring beschrijving met instemming volgen, maar er over nadenkend toch concluderen dat er nog meer moet zijn.

 

Kerkgeschiedenis

 

De brieven aan de zeven gemeenten van Openbaring 2 en 3 beschrijven de kerkgeschiedenis, maar hebben ook allemaal betekenis voor nu. Er zijn ook nu gemeentes die lering kunnen trekken uit elk van deze brieven of zich door een van de brieven bijzonder voelen aangesproken. Het is dus niet alleen geschiedenis, maar ook een les. We moeten onze geschiedenis kennen om onze tijd te begrijpen en naar de toekomst uit te kunnen zien. Dat moeten we bij de historische interpretatie van Openbaring goed in de gaten houden.

Het niet erkennen van de historische interpretatie van Openbaring heeft geleid tot de futuristische verklaring. De historische verklaring laat duidelijk zien dat het Romeinse Rijk onderging, maar de Roomse Kerk uit die ondergang is opgestaan en een ware slachting heeft uitgevoerd onder de echte gelovigen, die niet mee wilden doen met de dwalingen van Rome.

De hele geschiedenis door zijn christenen vervolgd. Dat is eigenlijk abnormaal, want christenen proberen goed te zijn en te doen. Als het goede christenen zijn laten ze iedereen ook vrij om wel of niet te geloven, al wijzen ze wel op de gevolgen. In de naam van christenen is er ook veel kwaad gedaan, maar echte christenen zullen dat niet doen. Zij volgen de Heiland en doen geen kwaad. Het echte christendom brengt vrijheid, ontwikkeling en voorspoed. Andere godsdiensten kunnen dat niet omdat zij de mensen dwingen in bepaalde opvattingen en daarin verstarren. Ware christenen worden vervolgd, omdat zij anders zijn en niet met de meerderheid mee hollen.

  

Een merkteken

 

In Openbaring 13 wordt gesproken over een merkteken dat iedereen op of in de rechterhand of het voorhoofd krijgt.

"En het maakt, dat aan allen, de kleinen en de groten, de rijken en de armen, de vrijen en de slaven, een merkteken gegeven wordt op hun rechterhand of op hun voorhoofd, en dat niemand kan kopen of verkopen, dan wie het merkteken, de naam van het beest, of het getal van zijn naam heeft." (Openb.13:16‑17).

De historische school heeft hier geen goede verklaring voor. In de tijd van het Nieuwe Testament kregen veel slaven een merkteken op hun lichaam. Veel dictators doen het ook nu. Ze merken hun tegenstanders of hun volgelingen, zodat men weet wie iemand is. In onze tijd merken velen zich met allerlei tatoeages. Daarmee vallen ze op!

De Nederlandse vertalingen geven aan of op rechterhand en voorhoofd; Engelse vertalingen geven in. Gezien de technische ontwikkelingen is 'in' nu een van de duidelijke mogelijkheden. Vooral in Amerika wordt reeds druk gebruik gemaakt van chips, die ingespoten kunnen worden en die geladen zijn met de speciale kenmerken van dier of mens. De rechterhand en het voorhoofd van de mens is de meest geschikte plaats daarvoor omdat de temperatuurschommelingen die de chip van stroom moeten voorzien, daar het duidelijkst zijn. Tijdens het communisme, maar ook onder dictators als Hitler en Mussolini, probeerde men zoveel mogelijk gegevens over de mensen te verzamelen om zo beter te kunnen heersen en de eigen ideeën te kunnen opleggen. De Amerikanen hebben daar veel van geleerd en in verband met hun één wereld politiek onder één werelddictator worden steeds meer gegevens van de mensen verzameld. Ook in ons eigen land gebeurt dat. Men heeft dan wel de mond vol over 'privacy' en het niet doorgeven van wat men weet over iemand, maar de ontwikkeling van identiteitskaarten, paspoorten en rijbewijzen laat zien, dat er telkens meer kenmerken op komen, die dan ook centraal geregistreerd zijn. Via satellieten, mobiele telefoons en navigatiesysteem (TomTom) is iedereen te volgen en de elektronische berichten worden lang bewaard en in grote computers opgeslagen. De bekende Amerikaanse schrijver en onderzoeker, Texe Marrs schreef daar een boek over "Project L.U.C.I.D."  Hij noemt dat het "666 Universele Mensen Controle Systeem van het Beest". Marrs denkt daarbij vooral aan Openbaring 13.

Nooit eerder in de geschiedenis is een letterlijke vervulling van deze profetieën mogelijk geweest. We leven in de tijd van directe ontwikkeling over de hele wereld. We kunnen met iedereen op de aarde in gesprek komen met telefoon en computer en blijven dagelijks op de hoogte van het nieuws dat over de hele wereld wordt aangeboden.

 

Project L.U.C.I.D.

 

Project L.U.C.I.D. (Logical Universal Communication Interactive Data‑bank) is een computersysteem dat in contact staat met alle Amerikaanse inlichtingendiensten en met vele inlichtingendiensten in andere landen. Het belangrijkste centrum is de National Security Agency (NSA). De NSA is een bureau waar duizenden overheidsbeambten, functionarissen op het gebied van inlichtingendiensten, militair personeel en technische specialisten werkzaam zijn op een wereldwijde schaal. De cryptografische machines en computers binnen de NSA draaien dag en nacht door en decoderen en analyseren de data en rapporten afkomstig van internationale banken, geheime genootschappen, de 32 directoraten van de Verenigde Naties, het Vaticaan en verschillende kantoren van 170 landen wereldwijd.

De belangrijkste taak van de NSA is de ontwikkeling en supervisie over de aanleg van  het universele controle systeem van de mensheid. Ze werken met een budget van vele miljarden dollars,  Hitler en Stalin hebben niet kunnen vermoeden dat hun controlesystemen door het Westen zo uitgebreid en volmaakt gemaakt  zouden kunnen worden.

Langzaam maar zeker worden we voorbereid op de 100% controle waar men naar streeft. Het gaat allemaal om onze veiligheid. We moeten altijd  een identiteitsbewijs bij ons dragen en deze ID‑kaarten worden steeds gecompliceerder. Onze medische gegevens wil men in een centraal computersysteem hebben en dat geeft de mogelijkheid van controle door ook andere instanties dan ziekenhuizen en gezondheidscentra. Uiteindelijk krijgen we dan internationale verbindingen.

Werden vroeger uitvoerige dossiers aangelegd ‑dat gebeurt trouwens nog steeds‑ de moderne computertechniek kan een dik dossier in een chip opslaan. Het kantoorgebouw van de NSA is het op een na grootste regeringsgebouw van Amerika en heeft ruimte genoeg om alle gegevens van alle aardbewoners op te slaan. Van daaruit kunnen de gegevens opgevraagd worden door allerlei diensten die er belang bij hebben. Van privacy is dan geen sprake meer, al zal men bij hoog en bij laag bezweren dat er met alle gegevens vertrouwelijk wordt omgegaan en deze niet aan onbevoegden zullen worden verstrekt. Het gaat dan zogenaamd om onze veiligheid.

Aangezien echter die veiligheid niet voor de volle 100% gegarandeerd kan worden bij het gebruikt van identiteitskaarten of smart‑cards, werkt men nu al lang aan mini‑chips, die met een injectiespuit kunnen worden aangebracht in voorhoofd of rechterhand. Zoals velen nu reeds in kantoorgebouwen slechts met een identiteitskaart in bepaalde afdelingen kunnen komen, kan dat ook gaan met de ingespoten chip, deuren blijven dicht als niet de goede persoon herkend wordt en bij de kassa kun je ook niet betalen zonder de juiste identificatie. Trouwens de chip kan ook dienst doen als betaalpas en creditkaart. Kopen en verkopen kan hiermee mogelijk en onmogelijk worden gemaakt. De techniek is aanwezig en aan de uitvoering wordt gewerkt.

Er staat trouwens meer over het merkteken in de bovengenoemde tekst. Niemand kan kopen of verkopen, behalve degenen die het merkteken hebben of de naam van het beest of het getal van zijn naam.

In de tijd van de Reformatie hebben de bestrijders van de Roomse dwalingen de RK Kerk, het pausdom en de inquisitie beschouwd als het beest, of de beesten van Openbaring en in de historische opvatting is dat verder uitgewerkt. De RK tegenreformatie is gekomen met de futuristische opvatting, die alle narigheid van Openbaring naar de toekomst schuift en daarbij leert dat de gelovigen daar geen hinder van zullen ondervinden door de opname van de Gemeente. Deze opvatting is vooral uitgewerkt door de opwekkingsbewegingen en de Evangelische Kerken.

Geschiedenis

Als we Openbaring lezen volgens de historische opvatting, leren we goed onze geschiedenis kennen. Als we weten dat het volk Israël uit het gebied van de Assyrische ballingschap naar het noorden en westen is getrokken en zich in onze landen heeft gevestigd, dan begrijpen we ook beter waarom de kerkhervorming in dit gebied grond onder de voeten kreeg. Eerst heeft het Romeinse Rijk de christenen vervolgd, daarna is de kerk staatskerk geworden en is de oppervlakkigheid in de kerk doorgedrongen. Het Romeinse Rijk ging over in de Roomse Kerk en die heeft het geloof in de waarheid vervangen door het geloof  in de Kerk en allen fel bestreden die daar tegenin durfden gaan. De inquisitie was het instrument waardoor de mensen gedwongen moesten worden te geloven wat de kerk leerde en miljoenen zijn in die strijd omgekomen.

Het licht van de Reformatie drong door in de Israëlvolken in noordwest Europa en werd van daaruit verspreid over de wereld. Helaas is men niet algemeen en ver genoeg teruggegaan in de geschiedenis. Dan had men de eigen identiteit als Israël gekend en de daaraan verbonden verantwoordelijkheid genomen. Wel hebben de Israëlvolken ook christelijke regeringen gehad die in de wetgeving ook de wetten van de Bijbel volgden.

Het is een belangrijk teken van de eindtijd dat men de regeringen van de Israëlvolken heeft gedwongen zich als regering neutraal op te stellen tegenover de godsdienst, waardoor de regeringen God niet meer te dienen maar de mens. Dat noemen we dan democratie, waarin de mening van de meerderheid de doorslag geeft. Die meerderheid kan gevormd worden door de propaganda. Bovendien heeft de meerderheid het lang niet altijd bij het rechte eind. In het begin van de Bijbel wordt daarop reeds gewezen:

"Gij zult de meerderheid in het kwade niet volgen, noch in een rechtsgeding getuigenis afleggen met de meerderheid mee, om het recht te buigen." (Exodus 23:2)

Project L.U.C.I.D, waaraan reeds zeker 50 jaar wordt gewerkt legt geen verantwoording af aan het Amerikaanse parlement. Net als andere organisaties als de Council on Foreign Relations (CFR) en de Trilaterale Commissie (TC) hebben de grootkapitalisten van de Illuminati de macht in handen en bereiden zij hun almacht over de hele wereld voor. Dat is niet alleen een politieke zaak, maar ook een economische en godsdienstige. Het gaat om een gelijkschakeling van alle mensen, behalve natuurlijk de elite, die aan de top staan en hun ideeën doorzetten. Hierbij wordt veel gebruik gemaakt van tegenstellingen, die gemaakt en gepropageerd worden volgens het schema van these, antithese en synthese. Het laatste, de oplossing van de geschillen, ligt van te voren reeds klaar, maar het systeem moet de indruk wekken dat het democratisch toegaat, terwijl de dictatuur de oorsprong en het doel is.

 

Nederland doet ook mee!

 

In het hele wereldgebeuren speelt ook Nederland een rol. In de tachtiger jaren van de vorige eeuw gaf het Amerikaanse Departement van Algemene Zaken cursussen aan geselecteerde studenten uit Europa in globalistische Amerikaanse waarden en belangen. Opvallend is dat de geïllumineerde of 'allumni', zoals deze 'verlichte' afgestudeerden van het Internationaal Leiderschap Programma worden genoemd tientallen jaren later vrijwel allemaal 'geheel op democratische wijze' als staatshoofden komen bovendrijven. Europa telt thans 21 regeringsleiders die door de Amerikaanse overheid waren geselecteerd en getraind in globalistisch politiek correct denken. Zij behoren tot de elite die geroepen is Europa te leiden naar deelname aan de Nieuwe Wereld Orde (NWO). Onze minister‑president, Jan Peter Balkenende, is een van de afgestudeerden, een van de alumni!

Het is nu beter te begrijpen waarom de regeringsleiders zo goed met elkaar kunnen opschieten; ze hebben dezelfde opleiding genoten en in diverse gevallen samen op de cursus gezeten. Daarom zijn ze voor één Europa en voor de NWO.

Nederland heeft altijd een vooraanstaande rol gespeeld in de geheime Bilderbergconferenties, mede opgezet door prins Bernhard en trouw bezocht door koningin Beatrix. Voor hen zijn de Nederlandse belangen ondergeschikt aan de wereldbelangen. Ook de president van de Nederlandse Bank, Nout Wellink is een ingewijde van de wereldelite. Hij is trouw bezoeker van de Bilderberg conferenties, lid van het Comité van G10 centrale bankpresidenten, directielid van het Internationale Monetaire Fonds en lid van de directieraad van de Europese Centrale Bank.

In mei 2008 werd aangekondigd dat op bepaalde snelwegen de kentekens van alle passerende motorvoertuigen automatisch worden gescand en vergeleken met gegevens van een centraal computerbestand. Dat gaat dan zogenaamd om onze veiligheid, want criminelen kunnen zo beter worden opgespoord. Het betekent wel dat elke passerende auto geregistreerd wordt en de politie (en wie nog meer) doordoor op de hoogte is van waar wij gaan en verblijven.

Bekend is dat het telefoonverkeer via de mobiele telefoons afgeluisterd wordt, waarbij gelet wordt op bepaalde 'verdachte' uitdrukkingen. Worden die gebruikt, dan wordt het hele gesprek opgenomen, beluisterd en zo nodig bewaard.

We noemen dit artikel  "Nergens veilig". Het controlesysteem dat in de Sovjet‑Unie en tijdens de tweede wereldoorlog in Duitsland en de bezette gebieden werd toegepast, was lang niet zo grondig als  wat nu mogelijk is en toegepast gaat worden in de moderne wereld. We hebben nu allemaal al een negencijferig registratienummer, dat voor verschillende doelen gebruikt wordt. Voor de hele wereld is dat niet voldoende. Daarvoor wordt een getal van 18 cijfers voorbereid, dat in drie zestallen verdeeld gaat worden. 666 komt er aan!

Nergens veilig? "Op God rust mijn heil en mijn eer, mijn sterke rots, mijn schuilplaats is in God. Vertrouwt op Hem te allen tijde, o volk, stort uw hart uit voor zijn aangezicht; God is ons een schuilplaats." (Psalm 62:7‑8).

"Wie in de schuilplaats des Allerhoogsten is gezeten, vernacht in de schaduw des Almachtigen." (Psalm 91:1).

G. van der Laan

 

Het Voortdurende Koninkrijk van God op Aarde

 

Onder de uitwisseling van gedachten in de Schrift, die zorgvuldig wordt vermeden door degenen die graag denken over het Koninkrijk van God als een puur geestelijk fenomeen of als de Christelijke Kerk, wordt voor zijn Hemelvaart de vraag door de discipelen aan Jezus gesteld:

“HERE, herstelt gij in deze tijd het koninkrijk (koningschap‑NBG) voor Israël?” Handelingen 1:6

Deze mannen zijn met Jezus samen geweest bijna vanaf het begin van zijn bediening. Zij wisten dat deze bediening het Koninkrijk van God betrof, want Jezus had het ingeluid met de proclamatie:

“De tijd is vervuld en het Koninkrijk Gods is nabij gekomen Bekeert u en gelooft het evangelie.”Marcus 1:15

Zij kenden ook de gelijkenissen waarin Hij de aard van het Koninkrijk aan hen had uitgelegd en in de dagen na zijn opstanding hadden zij vele uren met Hem doorgebracht, pratend over “al wat het Koninkrijk Gods betreft”. Handelingen 1:3

Het kan daarom met zekerheid gezegd worden dat de discipelen zich heel goed bewust waren van het karakter van het Koninkrijk van God. Het klinkt ook duidelijk door in de bewoording van hun vraag: “...herstelt gij in deze tijd het koningschap voor Israël”, dat zij niet zinspeelden op een nieuw geestelijk koninkrijk, of zelfs op een toekomstige Christelijke Kerk; maar veeleer op  iets wat was geweest en wat weer zou komen, nauw verwant aan natie en koninkrijk van Israël.

 

Het Koninkrijk aan de Joden ontnomen

 

Wat is dan dit Koninkrijk van God en wat bedoelden de discipelen toen zij spraken over het herstel of reconstructie ervan en specifiek aan Israël? Het Goddelijke plan waarover wij spreken bevat een uniek Koninkrijk ‑ een speciaal  op de monumentenlijst geplaatst gebouw of een natie!, wat betekent dat het niet onherkenbaar veranderd of vernield kan worden, omdat het een erfgoed is dat alleen groter kan worden en uitgroeien tot wereldimportantie.

In het zoeken naar een antwoord op deze vragen en profetische aspecten richten wij ons in eerste instantie tot een verklaring van Jezus zelf, een korte tijd daarvoor, aan de leiders van het jodendom. Hij was naar hen toegekomen met het bewijs van zijn identiteit en bood hen aan het koninkrijk te leiden in gerechtigheid. Toch weigerden zij in te gaan op de condities en uiteindelijk wezen zij Hem af, wat als resultaat had dat Hij tegen hen zei: “Daarom, Ik zeg u, dat het Koninkrijk Gods van u zal weggenomen worden en het zal gegeven worden aan een volk, dat de vruchten daarvan opbrengt”.Mattheüs 21:43.

 

We zien hier dus weer dat het koninkrijk van God nauw verbonden is met een natie en gezien de vraag van de discipelen, kan er geen twijfel over bestaan dat de natie, waarnaar het koninkrijk wordt overgebracht, zal worden aangetoond op grond van het vrucht dragen van Israëls missie en identiteit. Dit maakt echter enige uitleg noodzakelijk omdat zovelen in de mening verkeren, dat de Joden en Israël identiek zijn. Het historische feit echter is dat bijna 1000 jaar voor Christus de twaalf stammen van het koninkrijk Israël gescheiden werden in twee afzonderlijke en autonome koninkrijken. Tien stammen werden het Huis of Koninkrijk Israël en twee stammen werden het Huis of Koninkrijk Juda genoemd. 

 

Het Koninkrijk op weg naar een Bepaalde Plaats

 

Het gehele Huis Israël en het grootste deel van het Huis Juda waren, na hun deportatie naar Assyrië, sinds lang gemigreerd of verdreven naar verre landen, waar ze ook toen weer werden samengebracht in een nieuw tehuis, zoals voorzegd in II Samuël 7:10, “Ik zal een plaats bepalen voor mijn volk, voor Israël, en het planten, zodat het op zijn eigen plaats kan wonen, zonder dat het meer opgeschrikt wordt en boosdoeners het onderdrukken zoals vroeger”. Miljoenen Israëlieten waren naar Europa getrokken.

Dit was zeker aan onze Heer bekend en door de gesprekken met zijn discipelen moet het ook aan hen bekend zijn geweest. Wetend dat het koninkrijk, dat de Joden hadden afgewezen, derhalve aan Israël werd gegeven en ook wetend dat Jezus hen spoedig zou verlaten, kwamen ze bij Hem met de voor hen zo belangrijke vraag: “HERE, herstelt gij in deze tijd het koninkrijk (koningschap‑NBG) voor Israël?”, met andere woorden: U heeft ons verteld dat u weggaat; betekent dat dat U, zoals U heeft gezegd, gaat “naar de verloren schapen van het Huis Israël” om daar het koninkrijk op te richten? Het is belangrijk te letten op de verwijzing van Jezus naar de schapen van het Huis Israël; dat was voordat de Christelijke Kerk werd gesticht. De Israëlieten waren nog steeds de schapen van de Heer en Hij zou als de Schaapherder van Israël gaan naar degenen die “verloren” waren. Mattheüs 10:6; 15:24;  Johannes 10:16.

Zij maakten zich niet bezorgd over de aard van het koninkrijk, waarvan ze wel op de hoogte waren, of vanwege het feit dat het moest worden opgericht in Israëls nieuw bepaalde plaats in plaats van in het Jodendom, maar veeleer met betrekking tot het moment van deze gebeurtenis. Ging Jezus naar de verloren schapen van het Huis Israël om meteen het koninkrijk op te richten of later?

Hoe dan ook, hun gebruik van de woorden “herstelt gij.......voor Israël” geeft ons de definitieve sleutel wat betreft de aard van het koninkrijk van God, want om iets te kunnen herstellen voor Israël betekent, dat Israël het op enig moment in het verleden heeft gehad. Het koninkrijk van God moet daarom hebben bestaan in het oude Israël en dus, als wij de aard en de vorm zouden kennen dat het zou krijgen in de toekomst, dan moeten wij zoeken in de geschiedenis van het volk. Deze geschiedenis is vastgelegd in het Oude Testament van de Bijbel, die vele verbondsbeloften aan Israël als natie en koninkrijk bevat en die zonder onderbreking doorgaan in toekomstige millennia.

 

Het Doel van het Koninkrijk

 

Terwijl wij ons richten tot het geschiedenisboek van Israël, de Bijbel, beschreven in het Oude en Nieuwe Verbond, of Testament, dan vinden wij daar de openbaring van een groot plan dat God uitwerkt in de menselijke geschiedenis en wereldkwesties. Het uiteindelijke doel van dit plan is het herstel van leven en wereld van de mensheid tot de perfectie van de oorspronkelijke Schepping. Het meer nabije doel echter is het oprichten van een verbondsvolk en de wijze van leven waarin Gods Wil de wet is die al het menselijke gedrag bestuurt, of het nu personen betreft of een regering. Zo’n doel maakt menselijke medewerking noodzakelijk op een rechtspersoonlijke basis, want als Gods Wet moet worden gehoorzaamd, zal een volk het moeten gehoorzamen en als Gods Wet toegepast en uitgevoerd moet worden, dan zal dit volk het moeten toepassen en uitvoeren; een volk van het Verbond “geregeerd door God” of “regerend met God”‑ de betekenis van de naam Israël. Israël, als natie, beloofde God te gehoorzamen. Ex.24:3 en 7.

Dus heel vroeg in de bijbelse geschiedenis is beschreven dat God het volk Israël oprichtte en vormde tot een natie waarvan Hij zowel Koning als Wetgever was. Hij openbaarde zijn Wil aan hen in een code van Goddelijke Wetten, van toepassing op elke fase van menselijk leven en gedrag ‑ religieus, politiek, sociaal en economisch. God nam Israël feitelijk tot vrouw als zijn nationale Bruid en legde op haar de grote en heilige verantwoordelijkheid zijn Wil uit te voeren in een verbondregeringsvorm, zoals de wet in het beleid van menselijke zaken ‑ een voorbeeldnatie voor de hele wereld.

 

Ziehier het koninkrijk van God zoals het functioneerde in het oude Israël. Het was ook een sociale gemeenschap, waarin al het menselijk gedrag en relaties  werden geregeld door Gods Wil, zoals uitgedrukt in zijn Geboden en Statuten. Het was de directe leiding en regering van het Israëlvolk en ‑natie door de God van de Schepping ‑ met vrede, voorspoed, gezondheid en geluk voor allen als het gevolg van gehoorzaamheid aan zijn Goddelijke Wet.

 

Het Koninkrijk Gedeeld om te Groeien

 

Ongelukkigerwijs bleek het verbondsvolk Israël niet opgewassen tegen die vertrouwenspositie. Generatie volgend op generatie vergat geleidelijk Gods Wetten en uiteindelijk, als resultaat van een voortdurende ongehoorzaamheid,  hield het koninkrijk op te functioneren en de rechtschapenheid waarin het had voorzien werd slechts een herinnering.

Dit onvermogen om voort te gaan in gehoorzaamheid aan Gods Wil maakte het Hem onmogelijk om hen te beschermen voor de aanvallen van hun vijanden, met als resultaat dat de natie  werd opgeheven en weggezonden voor een periode van ballingschap en correctie, die 2520 (7x360) jaren, of “Zeven Tijden” zou duren.  Leviticus 26:18, 21 en 24.

Op de lange termijn was dit proces van afsplitsen, deportatie en uiteindelijk opstanding uit de “dood” noodzakelijk ‑zoals de voorafschaduwing van Jozefs tocht naar Egypte‑ om het bewijs te leveren van het overweldigende plan van God voor de afstammelingen van Jakob/Israëls zonen, beschreven in de zegen van de stervende Jakob in Genesis 49.

In het bijzonder gold dit voor de zonen van Jozef ‑Efraïm en Manasse‑, die de leidende stammen zouden worden en in de verre toekomst grote volken; Genesis 48:13‑19;er was als zodanig geen speciale stam van Jozef.

Als eerste viel Israël, na de dood van koning Salomo, uiteen in twee aparte en  onderscheiden koninkrijken. Jerobeam en de tien stammen maakten zich los van de twee stammen in Juda en Jeruzalem om hun eigen natie te vormen met Samaria als hoofdstad, het Huis Israël genoemd of dikwijls ook Efraïm. Het is belangrijk te vermelden dat het Huis Juda, onder Rehabeam, het verbod van God kreeg om een burgeroorlog te beginnen, want “...door Mij is deze zaak geschied”. I Koningen 12:24.

Hoe zou dit een positieve gebeurtenis kunnen zijn, behalve dan dat het een groter doel moest dienen. Het antwoord lag duidelijk in Gods voorkennis. Ondanks de scheiding en de ontreddering die plaatsvond in de eenheid van het koninkrijk en door de deportatie, migratie en uiteindelijke uitbreiding, wist God wat er zou gebeuren; een veel groter koninkrijk dan men zich maar kon voorstellen was in aanbouw.

 

Het Koninkrijk in Gevangenschap gegaan

 

Tussen 732 en 700 vC werden Israël en Juda aangevallen en overwonnen door hun vijanden, die de overgrote meerderheid van het volk van de twee koninkrijken als gevangenen deporteerden  naar Assyrië.

Binnen vijftig jaar na deze data verscheen voor de eerste keer in de geschiedenis een volk op het toneel, zowel in Medië als Noord‑Mesopotamië, dat de Assyriërs “Gimira” noemden.

Zij bleken in feite Israëlieten te zijn. Ontsnappend uit de gevangenschap, werd het grootste deel van de Israëlstammen weer bijeengebracht in een nieuw tehuis op de eilanden en kustlanden* van Noordwest‑Europa. In dit nieuwe tehuis zouden zij groeien en zich ontwikkelen tot een “volk en een menigte van volken”, die aan Jakob waren beloofd, het einde afwachtend van de “Zeven tijden”, ofwel de periode van 2520 jaar ballingschap en correctie.

Er was een tweede exodus, deze keer vanuit Assyrië, naar een ander beloofd land dat ‑voorbereid op de “eilanden van verre”- hen wachtte. De migratie van de stammen is moeilijk te volgen middels seculiere verslagen, omdat de tijdschaal van gebeurtenissen in de Oude Wereld verkeerd werd geïnterpreteerd.

Als de Israëlieten zich verplaatsten, hoofdzakelijk in westelijke richting naar Europa, namen zij de namen over van plaatsen waar zij zich vestigden, terwijl zij ook hun eigen namen achterlieten. Hiervan werden aantekeningen gemaakt en bijgehouden.

De Etrusken in Noord‑Italië bijvoorbeeld maakten in hun documenten melding van twee grote trektochten, de eerste vanuit Egypte en de tweede vanuit Assyrië. Deze grote bewegingen van volken zal alleen duidelijk worden voor de seculiere geschiedenis wanneer in de chronologie van de Oude Wereld de niet bestaande “spookgeschiedenis” van zo’n 650 jaar wordt verwijderd. Dan zal het ware Israël, de nationale bruid van JHWH ‑het “Doornroosje” bijna zeven eeuwen bevroren in tijd en geschiedenis‑ ontwaken voor de komende Koning der koningen.

Een veel kleiner aantal van het Huis Juda werd meegenomen naar Babylonië. Later keerde een overblijfsel van Juda, minder dan 50.000, terug  van Babylon naar Palestina en het waren hun afstammelingen, die bekend werden als de Joden, die Jezus als hun Heer afwezen en daarom het koninkrijk verloren. In Jezus’ dagen was de tijd vervuld van de 69 profetische weken, of 483 jaren, die waren verstreken tussen een zekere gebeurtenis in verband met de stad Jeruzalem en de komst van de Messias. Daniël 9:25.

Deze tijd ging voorbij en precies toen die eindigde, begon Jezus de Christus zijn werk met de proclamatie van het goede nieuws over het koninkrijk. Zo werd de tijd vervuld; de Messias was gekomen en als de Joden genegen waren geweest Hem te aanvaarden, dan zou het koninkrijk in die tijd hersteld zijn. De joodse leiders echter wezen de Koning af en zodoende werd het aanbod het koninkrijk weer op te richten ingetrokken totdat, bij het beëindigen van Israëls 2520‑jarige ballingschap het aan haar kon worden aangeboden. Ook die periode is nu tot een einde gekomen en dus opnieuw is de tijd vervuld en het koninkrijk van God dichtbij.

 

Het Koninkrijk vrijgekocht door Gods Liefde

 

In de profetie van Hosea is de geschiedenis van Israël als de gescheiden vrouw van haar JHWH‑God uitgebeeld in het persoonlijke leven van de profeet. HET IS DE GROOTSTE LIEFDESGESCHIEDENIS ALLER TIJDEN als Israël wordt “gelokt” en weer bijeengebracht, door de Heer “troostend en bemoedigend” toegesproken en opnieuw gevormd tot een Godvrezende natie. Na “vele dagen” of jaren huwt Hij haar opnieuw en zij wordt weer zijn vrouw, de Heer weer “Ishi” of “mijn man” noemend. Hosea 2:16.

Onder de Goddelijke Wet is het alleen mogelijk voor een vrouw opnieuw te huwen na de dood van haar man. Door de dood van Jezus aan het kruis, stierf JHWH, de man van Israël, zodat Hij haar weer tot zijn nationale Bruid kon nemen in het vrijgekochte en voortdurende Koninkrijk op Aarde. Deze gebeurtenis bewijst de Goddelijkheid van Jezus Christus, omdat God zelf niet als plaatsvervanger sterven kan.

Hosea’s profetie is diepzinnig en een heerlijke bevestiging van Gods trouw aan zijn nationale Bruid. De plaats van Israël als Gods Bruid is niet ingenomen door de kerk, want ze leeft nog en God zou nooit bigamie plegen door twee vrouwen te hebben die allebei leven. Op ieder punt in Hosea’s profetie wordt de theologische poging, Israël te vervangen door de kerk, afgebroken. Israël is niet vervangen, maar vrijgekocht en is daarom voortdurend en dit in de volle betekenis van een letterlijk koninkrijk met een verbond regerings stelsel. Dit is het goede nieuws van het Evangelie van het Koninkrijk. Er wordt gezegd, zelfs door fervente protestanten, dat de Kerk het grootste instituut van de wereld is (een verklaring die de Paus in Rome volledig zou onderschrijven), maar in feite is de grootste gevestigde orde om het plan van God voor de wereld uit te voeren, het Koninkrijk.

Na twee “dagen”, of tweeduizend jaar ‑duizend jaar is als één dag bij de Heer (II Petrus 3:8)‑ beginnend in de 14de en 15de eeuw AD, begon Israël op de Britse Eilanden* geestelijk te herleven. Sedert die tijd en “op de derde dag” (Hosea 6:1‑2), of het derde millennium sinds hun ballingschap begon, deed de Reformatie (of re‑formatie) hen uitgroeien tot een grote gemeenschap van christelijke naties. In de dagen van het Britse Rijk (het enige non‑totalitaire rijk van de wereld) verspreidde het >Volk van het Boek= het Evangelie van het koninkrijk over de aarde.

 

Het Koninkrijk en de Verbondsovereenkomst

 

Als volk werd Israël veroordeeld voor het schenden van het verbond waarmee zij Gods eigen koninkrijksnatie was geworden. Dit was echter geen doodvonnis, want een groot reconstructieprogramma was ingezet door Gods Verlossingsplan. Verlossen als enige mogelijkheid ‑ het proces van terugkopen van wat in eerste instantie het eigendom van de bezitter was. Het is altijd al God plan geweest Israël onder de herdersstaf door te laten gaan om zijn volk terug te brengen in “de band van het verbond”. Ezechiël 20:37.

Verder zegt de profeet Amos dat het Huis Israël door alle naties zal  gaan “...gelijk men met een zeef schudt, en geen graankorrel zal ter aarde vallen”, d.w.z. ofschoon verloren voor de geschiedenis, toch een volk. Amos 9:9.

Ook het grote visioen van de profeet Ezechiël over de vallei met de dorre beenderen zet het proces van de reformatie en het herstel van geheel Israël uiteen, tot de levensadem weer in hen komt en het volk opnieuw leeft in het aangezicht van God. Ezechiël 37:1‑14.

Het visioen van de twee houten, een voor Juda en een voor Jozef, of Efraïm,  is de bevestiging dat een “eeuwigdurend verbond” zal worden gehonoreerd. Ezechiël 37:15‑28.

 

Het Koninkrijk als Bruid voorbereid

 

Toen ongehoorzaamheid het onmogelijk maakte voor het koninkrijk om te functioneren in het oude Israël, werd het uit de wereld teruggetrokken en de mensen zagen het niet meer. Bij de eerste komst van onze Heer met zijn discipelen, stond het koninkrijk als embryo “in hun midden” (Friese Vert.). Toch onderscheidden zij het niet, want het kwam niet met “aazien”, Lucas 17:20‑21.

Dat was meer de buitenkant van het heidense Rome, dat ook in hun midden was. Tijdens de opstanding van Jezus Christus kwamen de eerstelingen van het herstelde koninkrijk schitterend tot uiting.

Jezus zei: “Mijn koninkrijk is niet van deze wereld”.    Johannes 18:36

Het Griekse woord gebruikt voor “wereld” is kosmos, wat “wereldorde” betekent, het systeem van mensen. Het koninkrijk van God op Aarde was vanaf de aanvang op de berg Sinaï een letterlijk, maar door de hemel bestuurd  koninkrijk. Het is ditzelfde voortdurende koninkrijk dat door alle generaties heen heeft standgehouden. Psalm 145:13.

Daaruit volgt dat het koninkrijk alleen als een wereldmacht kan worden gevestigd bij de terugkeer van Jezus Christus. Als het zover is, zal Hij een waarachtige en rechtvaardige regering instellen vanaf de troon die op aarde was gebleven, maar die met Israel naar de veiligheid van de daarvoor bestemde Britse Eilanden was gebracht.

In de 21ste eeuw wordt het koninkrijk van God beter klaargestoomd dan ooit tevoren. Het reinigen van het tempelheiligdom van Gods Huis, als de tafels van de geldwisselaars worden omgekeerd, vindt plaats te midden van onze politieke instellingen. Jezus= enige gewelddadige handeling in de tempel van Jeruzalem was profetisch voor gebeurtenissen voorafgaand aan zijn tweede komst en terugkeer naar het profetische Nieuwe Jeruzalem.

De “heilige stad, een nieuw Jeruzalem.....getooid als een bruid, die voor haar man versierd is”, is afkomstig van een hemelse orde, niet een die door mensen is ingesteld. Dit is bewezen in de opkomst van de Christelijke grondwetten van de Dominions en de Verbondsstaten en hun grote hoofdsteden, met als middelpunt Londen ‑ de stad die Brutus, afstammeling van Israël, Nieuw Troje noemde. Het is geprofeteerd dat Christus de Koninklijke Troon van David zal aanvaarden, zoals de aartsengel Gabriël beloofde. Lucas 1:32‑33; Handelingen 2:29‑30.

De komende Koning der koningen zal naar de Berg der Autoriteit, gerepresenteerd door de Olijfberg, terugkeren om als Vredevorst de regeringsmantel om zijn schouders te hangen. Zacharia 14:4 ‑ Jesaja 9:6‑7.

Alleen de komende gebeurtenissen zullen de definitieve omstandigheden en locatie van de koninklijke zetel, het centrum van zijn rechtvaardige regering, onthullen.

Het belangrijkste is dat de Goddelijkheid van Jezus als Koning‑Priester op Aarde in de Davidische lijn is bevestigd in Psalm 110 en Handelingen 2:32‑36. Dit is het antwoord aan degenen die de volle goddelijke betekenis ontkennen van zijn Nieuwtestamentische titel “Heer” en degenen die de fysieke realiteit van de Troon van David ontkennen, zo duidelijk zichtbaar in de regalia en koninklijke tradities van de Britse troon.

 

Het Koninkrijk in Overgave aan Gods Wil

 

Als groep van aan God gewijde verbondsvolken is er een grote behoefte aan onderwijs, dat het grote plan voor het koninkrijk van God uiteenzet. Individueel  zijn we er natuurlijk met de aanvaarding van Jezus, de Christus, als onze Redder en Heiland.

Op zichzelf bereidt dit ons echter niet voor als volk, voor de komende volheid van het koninkrijk van God onder onze Verlosser Koning. We hebben een levensgrote behoefte aan de olie van begrip en kennis in onze lampen, die velen nu ontberen. Als de terugkeer van Jezus Christus, de Bruidegom, voor zijn nationale Bruid een zichtbare werkelijkheid wordt, zal er een wanhopige zoektocht beginnen naar deze speciale “olie” ‑ wat niet een zoeken naar de heilige Geest kan zijn, want de olie wordt gekocht. Mattheüs 25:1‑13.

De “dwaze maagden” zullen in die tijd niet meer zeggen, zoals dikwijls in het verleden is gezegd, door Christenen in het bijzonder: “Wat voor zin heeft deze koninkrijksleer?”

 

Het Koninkrijk afgezonderd voor Dienstbaarheid

 

Het is ook belangrijk te bedenken dat de wezenlijke kern van het Israël van God vandaag slechts 10% vertegenwoordigt van de wereldbevolking ‑ 1/10e  als we ons voorstellen hoe we onszelf en onze cultuur vermengen met vreemde volken. Als dezelfde multiculturele benadering vier‑ of vijfhonderd jaar geleden had plaatsgevonden zoals het nu wordt uitgevoerd, dan zou de Westerse beschaving nooit van de grond zijn gekomen om de wereld te behoeden voor verdrukking, ziektes en veelvoudige vernielingen. De Heer eist dat Israël apart blijft, in dezelfde tijd leidend en onderwijzend, dit om hun roeping en bestemming als dienstvolk te bewaren.

 

Het Koninkrijk en Nationaal Berouw

 

Dat het koninkrijk wordt voorbereid ‑als een ontwikkelingsgang‑ om de Heer te ontmoeten is specifiek vermeld door de profeet Amos toen hij verklaarde: “...bereid u om uw God te ontmoeten, o Israël”. Amos 4:12.

Traditioneel citeren Christenen dit vers, de naam van degenen aan wie het bevel is gericht, weglatend. Het is het koninkrijk Israël dat zich moet voor‑ bereiden haar God te ontmoeten. Deze voorbereiding is tot stand gebracht  in de loop van de millennia en de taak nadert nu zijn voltooiing. Alles wat wij nu nog moeten doen, voorafgaand aan de terugkomst van Christus die gaat regeren in rechtvaardigheid, is berouw tonen voor onze grote nationale overtredingen en er zijn duidelijke aanwijzingen hoe dat berouw door ons als Israëlnatie en koninkrijk van God uitdrukking moet krijgen.

Het bijeenroepen van een plechtige vergadering zoals gedefinieerd in Joël 2:15‑17 is de juiste methode voor nationaal berouw in gebed voor bevrijding van onze grote zorgen ‑ en in vervulling van Lucas 21:25 zullen wij zeker zien: “....radeloze angst onder de volken, met verwarring...”, het woord “verwarring” hier in de betekenis van “geen uitweg zien”. De enige mogelijkheid om uit de grote economische slavernij en “meltdown” te komen is het Goddelijk bevel te gehoorzamen: “Gaat uit van haar (Babylon), mijn volk”. Openbaring 18:4.

Als internationaal monetaire hervormingen worden doorgevoerd, zullen de verbondsvolken aan de gang moeten gaan om een veel grotere graad van gerechtigheid, of “rechte wegen”, tot stand te brengen. Op deze wijze en deze wijze alleen kunnen wij bevrijding verwachten en waardig worden geacht de Koning der koningen te ontmoeten in het verloste en volledig gereinigde Koninkrijk van God op Aarde.

 

Het Koninkrijk en zijn Eeuwigdurende Bestemming

 

Bij de deling van het koninkrijk in Palestina, kon het Huis Juda zich de grote uitbreiding in de toekomst niet voorstellen. Evenmin, toen bij de deling van het koninkrijk op de Britse Eilanden de Verenigde Staten van Amerika een republiek werden, kon Engeland zich een voorstelling maken van hun ontwikkeling tot supermacht. Zo is het ook nu, wij hebben maar een vaag idee over de definitieve globale bestemming van het stenen koninkrijk, dat de profeet Daniël zag toen hij Nebukadnezar zijn droom uitlegde “....de steen die het beeld getroffen had, werd tot een grote berg (koninkrijk) die de gehele aarde vulde”.  Daniël 2:35.

Wat betekent nu een naam? Het kan niet worden ontkend dat het Britse volk een “grote natie” in de wereld is, die de oorspronkelijke belofte aan Abraham gegeven, vervult. Genesis 12:2.

Zij vertegenwoordigen het ideale voorbeeld van een natiefamilie en een God‑gerichte beschaving. De naam British zelf bestaat uit twee Hebreeuwse woorden, “Brith‑ish”, die de betekenis hebben van “verbondsman”.  Het verbond blijft bestaan, Gods grote plan en doel blijven bestaan. De volheid van het koninkrijk van God op Aarde komt dichterbij als jaar volgt op jaar en eeuw op eeuw. Het is een voortdurend koninkrijk met een voortdurende bestemming.

Liefde houdt stand. Die liefde zal doorgaan ons te bewaren en zal de natie bewaren in het gezicht van reusachtige stormen. De Heer kan zijn knecht Jakob‑Israël niet vergeten, het volk dat Hij vormde en dat Hij door de stervende liefde van Jezus Christus, zijn eniggeboren Zoon, verloste om het Koninkrijk van God op Aarde te vestigen. Jesaja 44:21‑22.

Dit is het visioen dat het volk van het verbond in deze tijd nodig heeft om niet om te komen.

Laten wij dan, in de dagen die voor ons liggen, geloof hebben in onze Komende Koning en Verlosser van de natie onder God.

“Wanneer deze dingen beginnen te geschieden, richt u op en heft uw hoofden omhoog, want uw verlossing genaakt” Lucas 21:28.

 

*Opmerking vertaler:

eilanden/kustlanden

hebben als bron het zelfde Hebreeuwse woord

Strong=s Concordance nr.339

Jesaja 41:1 ‑ Jeremia 31:10

Engelse/Friese vertaling: eilanden

Nederlands Bijbel Genesis: kustlanden

 

HET OORDEEL

 

Het woord dat de titel is van dit artikel, is zeer belangrijk. Oordeel (Psalm 36:7e.v.) Of wel gericht, oordeelsdag (2 Petrus 2:9) en rechterstoel (2 Korintiërs 5:10) zijn woorden die geladen lijken van onheil. Wat betekenen deze uitdrukkingen? Dit is een hele belangrijke vraag!

Het gewone orthodoxe idee is dat, de oordeelsdag een korte periode is in de toekomst wanneer een ieder voor de Rechter van het heelal zal staan en er vonnis wordt uitgesproken: het verdiende loon. Dit vonnis is onherroepelijk en beslissend. Dus de eeuwige bestemming van een ieder. De grootste meerderheid zal dan worden verdoemd dus eeuwige wanhoop ervaren; vandaar dat de dag des oordeels wordt voorgehouden als een vreselijke tijd van bijna universele verdoemenis. Aldus omschrijft een orthodox lied het:

“De dag der wraak, afgrijselijke dag,

Als hemel en aarde voorbijgaan!

Welke kracht zal het verblijf der zondaar wezen?

Hoe zal hij die afgrijselijke dag tegemoet gaan?”

Wanneer we echter dit beeld in het Licht der Schrift onderzoeken, zullen we merken dat dit een vreemde mengeling is van verdraaide teksten en primitief menselijke traditie. Er zit juist genoeg waarheid in om de niet nadenkenden te misleiden en niet genoeg waarheid om de vermoeide theologische verbeelding te ontmaskeren.

 

Ik nodig u uit om opmerkzaam te zijn naar de bijbelse lering over dit onderwerp!

Het Griekse woord voor oordeel is crisis. Het betekent: een kritieke periode, doorslaggevend moment, keerpunt, beslissende tijd.

 

In het N.T. wordt het woord gebruikt om de beslissende tijd aan te duiden. Een proeftijd of verzoeking van de mensen en er wordt zo van gesproken dat deze tijd aan mensen gegeven is tot zegening.(Jakobus 1:2) het leidt tot grote vreugde en dankbaarheid. (Psalm 96). Merk op dat alle volken en zelfs de natuur worden opgeroepen “te jubelen voor de Here, want Hij komt om de wereld te oordelen/te richten. Hij zal de wereld  richten in gerechtigheid en de volken in Zijn trouw”.

 

Deze presentatie van de natuur in de tijd van het oordeel, als periode van grote verheuging  en speciale zegen, is in het grootste contrast met het orthodoxe gezichtspunt dat, het oordeel tot een dag maakt van kolossale verschrikking en vrees.

 

We zullen nu andere teksten onderzoeken, 2 Petrus 3 :7 en 8. Hierin wordt de dag des oordeels wel 1000 jaar of langer gezien. Ook Openbaring 20:4 duidt dit aan en schijnt een verwijzing te zijn naar de heiligen die de wereld zullen oordelen (1 Korintiërs 6:2) Zie ook Openbaring 3:21.

 

Wat is het doel van deze lange oordeelsdag? Dit is de periode van verzoeking of proef van mensen die deze periode voorheen niet hebben gehad. Proef is de menselijke periode voor opvoeding, onderricht, ontwikkeling en vervolmaking. Weinigen hadden tot dusver zo’n proef. Het was Gods plan NIET dat de hele wereld die proef in deze tijdsbedeling zou ondergaan. Hebreeën 9:27 zegt: “En zoals het de mensen beschikt is, éénmaal te sterven en daarna dit oordeel ofwel proef. In het Grieks crisis.

 

Het woord proef zou een perfecte vertaling zijn van crisis. Zo gebruikt is de passage een direct en positief bewijs dat de toekomstige oordeelstijd voor de mensen een proeftijd is. Dat er na de dood geen proeftijd zou zijn is ver naast de waarheid. De waarheid is dat, door Gods uitdrukkelijke bepaling, de grootste mensen massa geen proeftijd heeft  voor de dood.

Er is een uitzondering op deze regel voor de vergadering van de eerstgeborenen (Hebreeën 12:23).

 

Het oordeel der mensen begon met Christus, de eerste volmaakte mens, zoals Hijzelf zei:

“Nu gaat het oordeel (crisis) over deze wereld (kosmos), nu zal de prins (overste) dezer wereld buiten geworpen worden en als Ik van de aarde verhoogd ben, zal Ik ALLEN tot Mij trekken” (Johannes 12:31,32). De proef van het Adamitische ras begon met Jezus “de eersteling”.

Toen begon het proces waardoor de overste dezer wereld satan, tenslotte zal worden buiten geworpen.(vergelijk ook Romeinen 6:20 en Hebreeën 2:14,15). Jezus ging door deze verzoeking en “bracht beproeving tot overwinning”. Zijn verzoeking werd tot een succesvolle uitkomst gebracht en Hij zal tenslotte het oordeel tot de heidenen brengen. Duidelijk te kennen gevend een zegening voor de heidenen (Genesis 12:3); “Het geknakte riet zal Hij niet verbreken en de kwijnende vlaspit zal Hij niet doven; naar de waarheid zal Hij het recht openbaren”. Weer een bewijs dat oordeel zal resulteren in zegening.

(Jesaja  42:1‑4). Als het oordeel over de aarde gaat zal het een blijde tijd zijn voor de hele mensheid zoals we reeds begrepen. Dezelfde profeet Jesaja (26:8,9) verklaart:”Ook in de weg uwer gerichten hebben wij U verwacht, O Here naar uw naam en naar uw gedachtenis ging ons zielsverlangen uit. Van ganser harte verlang ik naar U in de nacht, ja, uit het diepst van mijn gemoed zoek ik U; want wanneer uw oordelen (gerichten) op aarde zijn, leren de inwoners gerechtigheid”.

 

We zien dat de profeet een goede reden had om ernstig naar de Heer te verlangen “in de weg der gerichten”, omdat DAN, “wanneer Zijn gerichten op de aarde zijn, de inwoners gerechtigheid zullen leren”.

 

Grote natuurrampen brengen de aardbewoners geen gerechtigheid bij!

Gedurende de evangelisatietijd, hebben “die van Christus zijn”, “de vergadering der eerstgeborenen”, hun oordeel of verzoeking of proef reeds. (l Petrus 4:17 en Efeziërs 2:19).  Ook wel het “Huis Gods” genoemd. Dezen worden NU getuchtigd, (1 Korintiërs 11:31‑32).

 

Zij oordelen zichzelf, Paulus zegt b.v. “zij nemen vrijwillig de plaats in waar Gods rechtvaardig oordeel de zondaar plaatst, als dood en verloren. Ziende op hun hulpeloze, verloren, dode toestand, vallen zij op Christus als hun enige hoop. Dus hoe vlugger ze dit vervolmakende proces hebben doorstaan van de proef en de beeltenis van God bereiken, hebben dezen deel aan de eerste opstanding” Vrijwillig geven zij zich aan God (Romeinen 6:16‑19) Zij presenteren hun lichamen als levende offeranden aan God (Romeinen 12:1). Zij achten zichzelf gering (Mattheüs 8:4). Zij doden de daden van het lichaam. Zij kruisigen hun vlees. Dus zij geven zich vrijwillig over in de vormende hand van God en weerstaan de waarheid niet.(2 Timotheüs 3:7). Noch ontkrachten zij Zijn genade (Galaten 2:21). Zo kennen zij de kracht van Zijn opstanding en jagen naar het doel, om de prijs en de roeping Gods (Filippenzen 3:10,14). Dit wordt figuurlijk uiteen gezet in Mattheüs 21:42‑44. Dezen zullen als rechters gebruikt worden om de wereld te oordelen (beproeven) (1 Korintiërs 6:2 , Mattheüs 19:28, Openbaring 3:21).

 

Wat is het einde van dit oordeel? Redding is het antwoord (Psalm 22:27‑29). Johannes  12:47 Ik ben gekomen om de wereld te behouden. Romeinen 8:19 De hele schepping wacht op het openbaar worden der Zonen Gods. Obadja :21 meldt dat Verlossers het gebergte van Ezau zullen oordelen. De Richteren in het Oude Testament geven allen aan dat zij Israël redden van de vijanden, zij waren verlossers. (Richteren 2:16 en Nehemia 9:24‑27).

De aard en het doel van het proces van het oordeel is nu duidelijk gemaakt. Oordeel, de proef, begint bij “het Huis van God”. Eerst Christus als het HOOFD onderging de proef tot overwinning (Hebreeën 3:6) dan die van Christus zijn (1 Korintiërs 15:23) zodat die de wereld richten in de “tijden die nog komen.”

Het resultaat van het algemene oordeel zal zijn de bevrijding van de gehele schepping van de ban van het verderf. Want zo zegt de Here:”Er is geen God behalve Ik, een rechtvaardige, verlossende God is er buiten Mij niet. Wendt U tot Mij en laat u verlossen, alle einden der aarde, want Ik ben God en niemand meer. Want Ik heb gezworen bij Mijzelf, waarheid is uit Mijn mond uitgegaan, een woord dat niet herroepen zal worden: dat voor Mij elke knie zich zal buigen, dat elke tong zal belijden “Jezus is HEER”.(Jesaja 45:21‑23 en Filippenzen 2:10,11 en Openbaring 5:13).

In 1 Kronieken 16:29‑34 wordt de tijd dat de Heer komt om de aarde te richten voorgesteld als een periode van universele vreugde en blijdschap. Zie ook Psalm 67, 72, 96 enz. Jesaja 2 en Micha 4 vertellen over Christus heerschappij op aarde.

Het is Gods weg; Door duisternis tot licht, door kwaad tot goed, door vloek tot zegen, door dood tot leven. Het is de methode van HEM wiens “weg is in de zee, Zijn pad in grote wateren en Zijn voetstappen zijn niet bekend. “Want ik herken dat het lijden van deze huidige tijd niet te vergelijken is met de glorie die in ons zal openbaar worden. De onwilligen zullen het leren hoe God het wil (1 Samuel 2:6) “De Here doodt en doet herleven, Hij doet naar het dodenrijk neerdalen en daaruit opkomen”.

 

Job 5:18:”Want Hij verwondt en Hij verbindt, Hij slaat en Zijn handen helen”. Zie ook Psalm 90:3 en Hosea 6:1, Psalm 66:10‑12.

De oordeelsdag is een tijd van blijdschap en vreugde voor de hele mensheid. De opstanding van Jezus is de bevestiging van die belofte.

In harmonie met de uitleg van de Schrift kunnen we van ganser harte instemmen met Openbaring 22:20  Kom, Here Jezus!

Dit woord is Erchomai in tegenstelling tot Maranatha.

 Uit AVoice in the wilderness”  A. P Adams




Diep geworteld

Onze herkomst wijst op onze toekomst

 

Inleiding

Onze afkomst, wie zijn wij?

 

Waarom zwijgt men steeds meer over de geschiedenis? Wat weten de mensen nog over het ontstaan van de mensen en zelfs over het ontstaan van ons eigen volk? Wie weet waar ons volk vandaan komt, waar liggen onze oorsprongen? Kinderen, die niet weten wie hun biologische ouders zijn, gaan als ze ouder worden daarnaar op zoek. Zij willen weten wie hun ouders zijn, dan weten ze namelijk ook wie ze zelf zijn. Zo kunnen we ook door het naspeuren wie onze verre voorouders zijn, te weten komen wie wij zelf zijn!

Het Oude Testament eindigt met de aankondiging van Elia: “Hij zal het hart der vaderen terugvoeren tot de kinderen en het hart der kinderen tot hun vaderen, opdat Ik niet kome en het land treffe met de ban” (Maleachi 4:6).

Die tekst wordt dikwijls aangehaald in verband met de generatiekloof. De verhouding tussen ouders en (opgroeiende) kinderen en zelfs met volwassen kinderen laat nogal eens te wensen over en die verhouding zou dan verbeterd moeten worden.

Dat laatste is natuurlijk waar, maar de tekst spreekt niet over kinderen en ouders, maar kinderen en de vaderen. Dat grijpt terug naar het verre verleden. De vaderen zijn de voorouders, het gaat over onze afkomst.

 

De profeet Jesaja schrijft over het verloren contact van de vaderen en de kinderen. “Abraham weet van ons niet en Israël kent ons niet; Gij HERE, zijt onze vader onze Verlosser van oudsher.” (63:16), dus de vader (Abraham), moet teruggevoerd worden naar de kinderen en hoe het met de kinderen gesteld is, staat in vers 19: “Wij zijn geworden als degenen over wie Gij van ouds niet hebt geheerst, over wie uw naam niet is uitgeroepen.” De kinderen weten niet meer dat zij tot Gods volk Israël behoren, zij beschouwen zichzelf als “heidenen”, hooguit bij Israël ingelijfd.

Gedurende vele jaren hebben wij verteld, dat wij nakomelingen van het huis van Israël zijn, maar het lijkt wel of men niet bij Gods volk wil horen. Men is misschien bang als “jood” aangezien te worden en dan deel te krijgen aan de vervolgingen. Wel er zijn in de loop der geschiedenis vele malen meer christenen vervolgd en gedood dan joden, alleen de vervolging van de joden wordt ons voortdurend voor ogen geschilderd (eenzijdige voorlichting en propaganda).

Wie de Bijbel kent, weet dat Gods volk gestraft wordt voor de afval van Gods Woord en zegen ontvangt bij het gehoorzamen aan dat Woord. We zouden daaruit kunnen concluderen dat de meest gezegende volken Israël zijn, of ze die naam dragen of niet!

In de loop der jaren heeft men wat met het begrip “Israël” gesold. In de Bijbel wordt met de naam Israël verwezen naar het volledige volk van twaalf stammen, naar het volledige volk zonder de stam Juda of naar het afgescheiden koninkrijk der tien stammen. De rest van het volk werd Juda of huis van Juda genoemd.

Na de Babylonische ballingschap woonden de nakomelingen van het huis Juda in Palestina en zij die in het zuidelijk deel van het land woonden, werden ook wel joden genoemd.

De roomse kerk heeft zichzelf het volk van God genoemd en vele protestante christenen geloven ook dat de christenen Gods volk zijn, dus Israël.

Nu de joden een eigen staat hebben en deze Israël noemen, denken de meeste mensen dat de joden Israël zijn. Jodendom en christendom zijn godsdiensten. Wie het joodse geloof aanneemt wordt jood en de jood die zich bekeert tot het christendom wordt daarom niet meer erkend als jood. Jood zijn, is geen etnisch maar een godsdienstig begrip.

Jesaja profeteert ook dat de Here God de sluier zal wegnemen die alle naties bedekt. Dan zal openbaar worden wie de joden werkelijk zijn en welke volken Israël zijn!

 

Hoofdstuk 1

Diep geworteld

 

Psalm 78:1‑8.”Een leerdicht van Asaf. Wend het oor, mijn volk, tot mijn leer, neigt uw oor tot de woorden van mijn mond; Ik wil mijn mond tot een spreuk opendoen, ik wil aloude verborgenheden verkondigen.  Hetgeen wij gehoord hebben en weten, en onze vaderen ons hebben verteld, Dat willen wij voor hun kinderen niet verhelen; wij willen vertellen aan het volgende geslacht des Heren roemrijke daden, zijn kracht en de wonderen die Hij gewrocht heeft. Hij richtte een getuigenis op in Jakob en stelde een wet in Israël, die Hij onze vaderen gebood hun kinderen te leren, Opdat het volgende geslacht die zou kennen, de kinderen, die geboren zouden worden, dat zij zouden opstaan om ze te vertellen aan hun kinderen: Opdat die hun vertrouwen op God zouden stellen, en Gods werken niet vergeten maar zijn geboden bewaren; En niet worden gelijk hun vaderen, een weerbarstig en weerspannig geslacht, een geslacht, onstandvastig van hart, en welks geest niet trouw was jegens God.”

Deze machtige Psalm handelt over Israëls geschiedenis. De Here Gods geeft opdracht om hun   geschiedenis aan het nageslacht door te geven. Want de roemrijke daden van de God van Abraham, Izaäk en Jakob moeten levend gehouden worden. En deze opdracht is ook aan onze generatie gericht. Daarom schrijven wij nu onze geschiedenis voor latere geslachten op.

Het is goed om even stil te staan bij het verleden, maar als we de geschie‑denis in haar volheid willen begrijpen, moeten we dieper graven. Onze geschiedenis begint uiteindelijk bij Genesis één.

In Psalm 78 roept God ons op om te gaan kijken naar onze wortels, daarom is de titel van dit geschrift “Diep geworteld, onze herkomst wijst op onze toekomst.”  Wij moeten weten waar ons volk vandaan komt, als wij terug kijken in het verleden en de wonderdaden van God aanschouwen, dan zien wij hoe God ons voorgeslacht (Israël) uit zoveel gevaren heeft verlost en hoe Hij Zijn volk en onze voorouders op de meest wonderbaarlijke wijze heeft geleid door alle eeuwen heen. Dan moet een mens stil worden, ja erg stil en met ademloze verbazing het hoofd schudden. Deze wetenschap van Gods handelen met de mens, moet ons in vervoering brengen en ons wenden tot onze volksgenoten, onze naasten om hun heilsgeschiedenis door te geven.

Met grote blijdschap kunnen wij in de toekomst zien. Vanuit de Heilige Schriften weten wij hoe onze geschiedenis zal eindigen in het Nieuwe Jeruzalem. Een hersteld volk Israël met Koning Jezus aan het hoofd. Maar laten we niet op de zaak vooruit lopen, maar bij het begin beginnen.

Want een volk dat zijn geschiedenis kent, koestert, vasthoudt en weet waar het vandaan komt, is als een boom (Psalm 1) met diepe wortels. Die in tijden van grote droogte zijn wortels nog dieper naar water zal uitstrek‑ken, om die droogte te kunnen weerstaan. Met wortels die ook in tijden van zware stormen de boom rechtop zullen houden. Maar vele bomen rondom hem zullen omvallen.

Maar een volk dat zijn geschiedenis niet kent of vergeten heeft en de opdracht van Psalm 78 niet uitvoert, is als een boom met zwakke, losliggende wortels, die zodra de geringste droogte komt, zijn bladeren laat verwelken en als de droogte zal aanhouden gaat deze boom dood, of valt om in de eerste de beste storm.

Als wij terug zien op de geschiedenis van ons volk, dan zien wij de aan‑slagen die op ons volk worden gepleegd. Alles wordt in het werk gesteld om onze herkomst te doen vergeten of te bagatelliseren. Want als men er in slaagt ons van onze hun herkomst los te weken, dan worden wij van onze wortels afgesneden, dan kunnen de tegenstanders van ons volk,  de oer‑Hollandse volksboom, die al meer dan eeuwen staat aan de Noordzee, omkappen. Maar zolang wij aan onze wortels vasthouden kunnen zij hem niet omhakken. Als men in de huidige tijd luistert naar radio en TV of in het geschreven woord leest, dan ziet men dat er een grote verandering in onze samenleving is ontstaan. Fel is de aanslag tegen die mensen, die zich gezond nationalistisch opstellen. Deze lijn zullen we in deze reeks meermalen tegenkomen. Want de aanslag tegen ons als blank volk van Noorwest Europa is niet nu ontstaan, maar heeft een verleden. Vanaf het moment dat de mensenmoordenaar zijn eerste aanslag op Gods nageslacht in werking deed stellen. Kaïn en Abel. Dit alles onder leiding van de mensenmoorder van den beginne.

 

We zullen drie zaken op een rij zetten

 

1e. De Basis van onze geschiedenis en haar lessen, om de sleutels te leren kennen die u nodig zult hebben om uw Bijbel beter te begrijpen. En ook om te kunnen staan in deze tijd van afbraak, om te overleven.

 

2e. Hier kijken we naar Gods Verbondsvolk, Israëls geschiedenis. We kijken naar de wortels van Israël. Waar komt zij uiteindelijk vandaan? En waar gaat zij uiteindelijk naar toe?

 

3e. Als we hebben vastgesteld waar wij als volk vandaan zijn gekomen, zullen we het accent leggen op Israëls geschiedenis in het verre verleden. Dan zullen we Europa’s geschiedenis eens nader gaan bekijken. Wie zijn deze Noorwest Europeanen, waaruit het Nederlandse volk uit is voortgekomen.

Het is van het uiterste belang, om inzicht in de Bijbel en geschiedenis te krijgen. Want we zien dat de meeste geschiedschrijvers en theologen de Israël waarheid bevechten. Ze krijgen het niet voor elkaar dit vanuit de Bijbel te herleiden, ze kunnen nog steeds hun argumentatie, ook vanuit de Schrift, niet op een rijtje krijgen. Maar zij denken een troef in handen te hebben namelijk: “De geschiedenis der volken” en de “Archeologie”  niet te vergeten. Daarmee willen zij onze Israël‑waarheid onderuit halen.

 

Als wij met mensen in gesprek komen, als wij getuigen van Israël wonderlijke weg door de geschiedenis heen, kunnen wij aantonen dat er 700 voor Christus al een grote Israël intocht in Europa heeft plaats gevonden. Dan beweren onze tegenstanders dat zij kunnen bewijzen dat twee tot drie duizend jaar daarvoor, al een blanke beschaving in Europa was. Wat doen wij dan met zo’n opmerking?

 

Er wordt gezegd dat de Bijbel vol tegenstellingen is. Men schuift het Oude Testament aan de kant. Wij horen zeggen: “Israël verdween als volk en God heeft Zijn plan als mislukt opgeven”. Als de mensen slechts hun Bijbel goed wilden lezen, dan zouden ze in Jesaja 49:15‑16 zien staan: “Kan ook een vrouw haar zuigeling vergeten, dat zij zich niet ontfermen zou over het kind van haar schoot? Al zouden zij die vergeten, toch vergeet Ik u niet. Zie, Ik heb u in mijn handpalmen gegrift, uw muren zijn bestendig vóór Mij.”

 

Mensen die de Israël‑identiteit niet aanhangen, zullen in zulke gevallen met de mond vol tanden staan. Maar zoals het met de voorgangers is, zo is het ook met het volk. Hoe kan het volk het weten, als er niemand is om het hun te vertellen? Wij moeten het ware Israël en het ware Juda vinden, dat aan de Bijbelse kenmerken beantwoordt. Zonder die kennis, kunnen wij de profetie niet begrijpen, noch de Bijbel in zijn geheel Door de juiste sleutels te gebruiken, wordt de Bijbel een nieuwe boek voor ons, met grote en wonderbare openbaringen. Dan vragen wij ons af, waarom wij de vele openbaringen niet eerder hebben gezien. Daarom is de kennis van de geschiedenis van grote betekenis. De Bijbelse geschiedenis geeft ons inzicht in onze herkomst en leid ons naar onze toekomst.

 

Het beginsel geschiedenis

 

Wat is geschiedenis?  Geschiedenis behoort een studie te zijn, van wat er werkelijk is gebeurd  en hoe het is gebeurd. Neem in Nederland als voor‑beeld 4 mei, in veel tijdschriften kom je met regelmaat weer een artikel tegen over joden en wat er men hen is gebeurd. Vooral de holocaust is erg in. Maar als je zo’n artikel gelezen hebt, vraag u zich dan wel eens af of dit werkelijk zo gegaan is? Want we kunnen weten dat  vele journalisten, geschiedschrijvers en ook theologen een zeer grote duim hebben om op te zuigen.

 

De geschiedenis behelst wat er werkelijk geschied is, goed of slecht! Maar als men wil weten wat er werkelijk is gebeurd, laat men dan zoeken naar geloofwaardige bronnen. Uw studie materiaal moet absoluut geloofwaardig zijn, want van daaruit kunt u de geschiedenis reconstrueren.

 

Wat zijn nu bronnen?

 

Wat heeft een geschiedschrijver tot zijn beschikking? Oorspronkelijk brieven, of dit nu papier is, op kleitabletten of iets anders, dat maakt niet uit. Als het maar iets is dat geschreven is in de tijd dat die mensen leefden. Bijvoorbeeld dagboeken. Als men er bij stilstaat, dat de Adamiet beschikt over een wonderlijke gave, om wat er ook gebeurde op te schrijven. Wat ook door alle eeuwen en tijden is gedaan. Documentatie waar wij in onze tijd in verdrinken. En deze documentatie geldt als een goede bron.

 

Een andere goede bron zijn gebruiksartikelen zoals kleding, voedsel, wegen, huizen en noem zelf maar op wat in uw gedachte komt. Want deze zaken vertellen ons een wonderlijk verhaal, hoe mensen in vroeger tijden leefden.

 

En dan te denken aan opgravingen. Hiermee heeft men vele eeuwen geschiedenis bloot gelegd en kunnen reconstrueren. Archeologie is on‑misbaar voor geschiedschrijving. Een goed voorbeeld is de Italiaanse stad Pompeï, 50 n.Chr., die door een lavaoverstroming is bedolven, waar meer dan 150 duizend mensen zijn gedood.

 

Archeologen zijn voorzichtig de as, die over die stad was uitgestort, gaan verwijderen. Toen stootte men op vele holten in de as. Eén van die mensen kwam op een goed idee, om gips te pompen in de holten. En toen dit klaar was, hebben zij de verdere aslaag verwijderd. En braken voorzichtig het gips open en men vond de meest wonderlijke taferelen Beelden van mensen, van dieren, huizen, wat men op het moment van de ramp aan het doen was. Het was net een wassenbeeldenmuseum. Nagenoeg heel Pompeï is zo tot leven gekomen. Elke dag trekt die stad duizenden bezoekers van over de gehele wereld. Door deze bronnen kunnen wij nu zien hoe de beschaving toen was.

Een volgende belangrijke sleutel in de geschiedenis zijn mensen, een mens is een wonderlijk wezen. Is het u opgevallen, dat die twee handen en benen bezit? Met andere woorden het zijn geen poppen die stil zitten. Want zij hebben de neiging zich te verplaatsen. Vooral de eerste Adamieten waren altijd in voor nieuwe avonturen, zij wilden zien wat er achter de horizon verborgen was. Er is niets veranderd in al die eeuwen. We reizen nu allen meer en veel sneller.

 

Wie Israël wil gaan zoeken, moet dit niet gaan doen van waar zij eerst waren en waar zij als Israël verdwenen zijn. Veel geschiedschrijvers bezondigen zich aan deze fout. Daarom zegt men dan ook de tien stammen van Israël verloren zijn geraakt. Nee, geschiedschrijvers houden er geen rekening mee dat mensen trekken, dat zij nooit echt stil zitten en op één plek verblijven.

 

Mensen bezitten een taal, waarmee zij zich kunnen uitdrukken, hun gedachten aan anderen kunnen overdragen. Maar mensen zijn ook wezens die zich gemakkelijk aan de omstandigheden aanpassen, denk daar maar eens aan bij uw verdere zoektocht door de Israël geschiedenis. Zo is met de regelmaat van de klok Israëls taal in de loop der geschiedenis op vele manieren veranderd en aangepast.

 

Veel geschiedschrijvers maken een denkfout, zij menen dat de vroegere Israëlieten een bepaalde taal gesproken hebben, dat zij bekend stonden als Israëlieten en dat er nu geen sporen meer van hen te vinden zijn, waar zij het laatst hebben gewoond. Maar men vergeet  juist, dat deze Israëlieten zeer reislustige trekkers waren, zij hadden de levende Geest van God in zich, die hen steeds verder liet trekken. Geschiedschrijvers zien Gods bemoeienis met de Adamiet/mens over het hoofd. En dat is de ernstigste fout die u kunt maken.

 

Tijdens hun reizen, kwamen de Israëlieten in aanraking met verschillende andere volkeren en zij hebben zekere taal aspecten over genomen. Neem het Nederlands als voorbeeld, dat is zo doorspekt met andere talen, dat men zich kan afvragen wat is nu eigenlijk nog Nederlands?

Wat dan te denken aan Israëls trektochten door de eeuwen heen, zo hebben hun ontmoetingen met andere volken hun taal sterk beïnvloed. Men moet er ook eens bij stilstaan dat het volk Israël, niet als één volk (en zeker niet als Twaalf Stammen) van land tot land is gegaan, nee, het volk Israël is er een van vele groepen en families, die door de eeuwen heen hun weg gegaan zijn.

Hun uiteengaan was dikwijls het gevolg van vijandelijkheden en zelfs oorlogen. Denk ook aan ziekten, hongersnoden en noem maar op, er zijn te veel omstandigheden die Israël verdeeld hebben.

Elk van die groepen begon ergens opnieuw en vormde weer een eigen taal en cultuur. Daarom is er ook zo’n groot taal en cultuur verschil tussen de huidige Israël stammen van vandaag. Tijd en afstand hebben dit in de hand gewerkt. Belangrijke zaken om te onthouden bij verdere studie.

Eén belangrijke gedachte moeten wij tijdens deze studie in het oog houden. We hebben te maken met een geschiedenis, die meer dan vier tot zesduizend jaar oud is. En na deze zesduizend jaar, beginnen de bronnen ook steeds meer twijfelachtig te worden. Vandaar dat deze waarschuwing op haar plaats is. Alles wat nu geschreven wordt hebben wij niet als dogma te aanvaarden. Het zijn allemaal interpretaties en dat is niet verkeerd. Maar met de gegevens die wij hebben onderzocht, kan men een verhaal reconstrueren. Maar bij dit alles moeten wij Gods raadsplan in het oog houden als een goed kompas, zodat wij niet mis zullen varen, maar uitkomen waar Hij ons als volk wil hebben. Alles mag veranderen maar God verandert nooit!!

 

Het begin

 

Ons blanke ras heeft zich in de afgelopen eeuwen bezig gehouden met de geschiedenis. Zij willen weten waar  de andere volken en rassen vandaan komen. Wie waren de Inca’s, wie waren de Maya’s, wie waren de Egyptenaren, de Mesopotamiërs, de Indiërs, de Chinezen en de hamvraag in ons land is altijd waar komen de zwarten vandaan? Men doet opgravingen en besteedt miljarden guldens om de identiteit van die volken haarfijn bloot te leggen, maar het gekke is, dat zij dit nooit bij hun eigen afkomst doen. Is deze vraag nooit bij u opgekomen?

In de afgelopen honderd jaar is er geen geschiedschrijver of archeoloog geweest, die met een passie de herkomst van het blanke ras ter hand heeft genomen. Wie dat wel hebben gedaan, leefden een eeuw geleden. En hun onderzoeken waren wetenschappelijk goed gefundeerd. Deze wetenschappers worden in onze moderne eeuw door de huidige wetenschappers en archeologen als belachelijk afgedaan. Zo ook onze Israël‑waarheid. Dit wordt gedaan zonder dat zij kennis van zaken bezitten of zelf onderzoek hebben gedaan. Zij kunnen hun uitlatingen nergens op baseren.

(Wordt vervolgd)                                                        P. Botha

 

 

     
     
  Site Map